bij den molen „de Martelaar”
Een spookmolentje bij Koog a/d Zaan?
oude veldnamen in het Westzijderveld / 17
Aan en ten noorden van de Weelsloot, tegen de spoordijk aan, lag een perceel dat zowel op de veldnamenkaart 1969 als op de veldnamenkaart 1972 Martelaarspolder heet. Op de veldnamenkaart 1969 staat bovendien de naam COR ALL ingetekend; dit zal de toenmalige eigenaar of pachter zijn geweest. Het perceel is niet meer: we vinden er nu de Coentunnelweg (A8) en zwembad De Zaangolf.
De Martelaarspolder was een polder, d.w.z., in de woorden van Gerrit Jacob Boekenoogen: “Een geheel door water omgeven perceel weiland, gewoonlijk bestaande uit twee of meer stukken land, die aaneengedamd en omkaaid zijn en door een molentje worden drooggemalen.” Onder het lemma polder heeft hij de veldnaam Martelaarspolder opgenomen: “De Martelaarspolder (op de Koog bij den molen „de Martelaar”).”
Noch Molendatabase.nl, noch het standaardwerk 1100 Zaanse molens vermelden een molen De Martelaar. Het zal dus geen industriemolen zijn geweest. Boekenogen presenteert zijn informatie echter zonder voorbehoud, dus moeten we wel concluderen dat er ooit een molen De Martelaar heeft bestaan. Waarschijnlijk was De Martelaar het weidemolentje dat de Martelaarspolder bemaalde. De veldnaam Martelaarspolder is dan te verklaren als poldertje, onderbemaling, van het molentje De Martelaar.
Martelaar is net als gijzelaar³ een ambigu woord. De oudste, gebruikelijke betekenis is iemand die wordt gemarteld (inz. omdat hij weigert zijn geloof te verloochenen). Maar met martelaar kan ook degene zijn bedoeld die de daad van het martelen niet ondergaat, maar juist begaat: iem. die mensen of (m.n.) dieren martelt (Van Dale).
Iemand die wordt gemarteld is zoals gezegd de oorspronkelijke en gebruikelijke betekenis en het ligt daarom voor de hand dat ook de molennaam die betekenis in zich draagt. Mogelijk had De Martelaar zijn naam gekregen omdat hij nauwelijks voldoende capaciteit had om het poldertje droog te houden; het was als het ware een martelgang.
Maar dit is wederom slechts speculatie.Dirk Glandorf
1 Petmolen, d.w.z. putmolen (pet is de ontronde vorm van put; vgl. Zaans breg brug).
2 Ook kleinere (weide)molens hadden vaak een naam, zoals o.a. blijkt uit 1100 Zaanse molens.
3 Gijzelaar oorspr. alleen iem. die wordt gegijzeld, tegenwoordig ook gijzelnemer: iem. die gijzelt.Referenties
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemmas petmolen en polder.
Gemeentewerken Koog aan de Zaan, Benaming gronden in het Westzijderveld te Koog a/d Zaan [veldnamenkaart in de Molendatabase.nl].
» Achter het spoor, Cor All, H. Brinkman, Darmenland, Havikkie, Kerkhoffie en Vijfhondje.
» De Salamander, De Rozenboom, De Kleine Poort, De Eendracht en De Lattenpik.
» De Mok, De Slabbert en De Glazenmaker.
» Geerteveld, Knosterveld, Molenveld, Paalveld, Veeringveld en Vijfpootveld.
» Baard Springer, Drielingen, Gouwstuk, Het Matje en Ruzieakker.
» Akkers van De Waterhond, Matsmanstuk, De Elzenboom en Padland.
» Mallegat, Sigaar, Texel, Het Hofje en de Polder van Wijb Verwer.
» De Bankies, Henstuk, Kerkhof, De Stinkerd en De IJzeren Ven.
» Biggenstuk en Varkensland.
» Baanakker, Kopakker, Mosakker, Slijpakker en Turfakker.
» Breedje, Klampakker, Smidslandje, Tweebeen en De Driehond.
» Lombok, t Sloppie en Weeshuisland.
» Kousenband, Pruthuisstuk en Ruigebol.
» Legerstuk, De Grote Vijver en Vijvertje.
» index
Geplaatst op 5 oktober 2026.
© de 5e Verdieping 2026