Lombok, ’t Sloppie en Weeshuisland

oude veldnamen in het Westzijderveld / 3


De heer Hartog, oud-directeur gemeentewerken van Koog aan de Zaan, geeft in zijn artikel over de straatnaamgeving van Plan Westzijderveld een reeks veldnamen die om uiteenlopende redenen niet zijn geselecteerd. Daartoe behoren Lombok en ’t Sloppie. Lombok werd mogelijk een tikkeltje te wild of te koloniaal bevonden, ’t Sloppie werd afgekeurd omdat die naam negatieve associaties opriep en daarmee de woningwaarde zou drukken. Weeshuisland kwam wél door de selectie en is een straatnaam geworden.¹ Het Weeshuisland lag langs de spoorlijn, ongeveer 250 meter ten noorden van de Mallegatsloot.


Lombok
Hartog schrijft:

Een raadsel is gebleven en nog niet opgelost. Het gebied ten westen van de Watering is genaamd „Oost-Indiën”. Niet alleen op het aangegeven kaartje maar ook op de kadastrale kaart van sektie A.

De naam „Lombok” voor een van de landerijen geeft een relatie met „Oost-Indiën”. Mogelijk dat deze naam voor de Kogers te maken heeft met „overzeesche gebiedsdelen” (over de Watering). Geen van de Zaanse historici heeft mij hierover kunnen inlichten.

Een naamkundige had het antwoord geweten. Een naam als Oost-Indiën illustreert het in de toponymie bekende benoemingsmotief om perifere akkers en nederzettingen te noemen naar verre buitenlandse oorden.² Het vaarland ‘over de Watering’ was voor Koger boeren Verweggistan. Dat gold ook voor Westzaanse boeren met land in Oost-Indiën, dat vanuit hun perspectief ‘over de Gouw’ lag. Bij de naam Oost-Indiën, als het ware een archipel van vaarpercelen, is Lombok zonder meer een toepasselijke naam voor een enkel perceel, een ‘eilandje’, binnen dat vaarlandcomplex, want Lombok is immers een van de vele eilanden in de Indonesische archipel.

’t Sloppie
Tegenwoordig kennen we slop vooral van de samenstelling sloppenwijk. Hierin is slop een nauwe doorgang, een armoedige steeg. Sloppie is de Hollandse verkleinvorm. Een mogelijke verklaring zou dan kunnen zijn dat ’t Sloppie een verbindingsstukje was tussen twee grotere percelen en zo als het ware een steegje vormde. De veldnamenkaart laat echter zien dat het een zelfstandig perceel was, bovendien een perceel van gemiddelde grootte.

Aannemelijker is dat sloppie de verkleinvorm is van een gesubstantiveerd adjectief, namelijk van slop,³ een variant van slap, in de betekenis ‘(v.d. bodem) niet stevig’. In dat geval is ’t Sloppie vergelijkbaar met de veldnaam De Slappert, de naam van een perceel aan de Weelsloot.

Slop als variant van slap is met name bekend uit het Fries. ¿Is Zaans slop misschien een Fries relict?

Weeshuisland
Bij de veldnaam Weeshuisland bevinden we ons op vastere bodem. Dit land zal in bezit zijn geweest van een weeshuis. Ik stel mij voor dat het ooit was gelegateerd en dat de regenten de akker vervolgens hadden verpacht aan een boer; het pachtgeld kwam uiteraard ten goede aan het weeshuis. Aangenomen dat het bewuste weeshuis in de Koog stond, gaat het om het weeshuis ‘voor ’t gemeen’ op het Smeerpad (anno 1721), het Diaconiehuis van de Nederlands-hervormde gemeente, Zuideinde 83 (anno 1860) of om het weeshuis van de doopsgezinde gemeente van Koog en Zaandijk. In dat laatste geval zal het in eerste instantie niet het weeshuis aan de Lagendijk hebben betroffen, want dat dateert pas uit 1910, maar om zijn voorganger, het doopsgezinde weeshuis dat eind 17e eeuw was gebouwd op de Kogerhem, het buitendijkse land waaraan Koog aan de Zaan zijn naam te danken heeft. Twee illustere Zaanse kooplieden waren als toezichthouder bij de bouw betrokken: Claas Arisz. Caeskoper namens de Koog, Jacob Cornelisz. Honig namens Zaandijk.


Dirk Glandorf




1 Lombok, ’t Sloppie en Weeshuisland staan niet in De Zaansche volkstaal.
2 Vgl. Veldnamen in Nederland, p. 34, waar ook Lombok wordt vermeld (niet specifiek als Zaanse veldnaam).
3 Vgl. Botshol en Schiphol, waarbij zn. hol ‘moerasgebied’ < bn. hol ‘laaggelegen’.
In Veldnamen in Nederland, p. 61, in het hoofdstuk over benoeming naar de bodemgesteldheid, is de veldnaam Slap opgenomen.


Referenties
Adriaan Loosjes, Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, 1794, p. 213-214.
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897.
M. Schönfeld, Veldnamen in Nederland, 2e druk 1950 (ongewijzigde herdruk 1980).
Gemeentewerken Koog a/d Zaan, ‘Benaming gronden in het Westzijderveld te Koog a/d Zaan’ [veldnamenkaart in de Beeldbank v.h. Gemeentearchief Zaanstad], 1972.
J. Hartog, ‘Straatnaamgeving Plan Westzijderveld (Havenzathe)’, personeelsblad Stadsontwikkeling en Openbare Werken Zaanstad, jg. 5, nr. 2.
Bert Koene, De Caeskopers; een Zaanse koopmansfamilie in de Gouden Eeuw, 2011, p. 123.
Wurdboek fan de Fryske taal (WFT), lemma slopI (d.d. 18-02-2025).
ZaanWiki, lemma weeshuis (d.d. 29-03-2025).



» De Bankies, Henstuk, Kerkhof, De Stinkerd en De IJzeren Ven.
» Biggestuk en Varkensland.
» Baanakker, Mosakker, Slijpakker en Turfakker.
» Breedje, Klampakker, Smidslandje, Tweebeen en De driehond.
» Kouseband, Pruthuisstuk en Ruigebol.
» Legerstuk, De Grote Vijver en Vijvertje.
» index


Geplaatst op 18 februari 2025, het laatst gewijzigd op 29 maart 2025.

© de 5e Verdieping 2025