Reuring-watching I: wat betekent reuring?


een beetje reuring in het theater kan geen kwaad
(08-03-2011)

In zijn gehucht Klein Ulsda is veel reuring, vindt de dichter.
(21-12-2011)

Ze hoeven heus niet allemaal ideale schoonzonen te zijn. Het is leuk als je een paar van die mannetjes als Van der Vaart of Sneijder hebt. Dat geeft reuring.
(03-06-2019)

Bij het eerste volledig digitale partijcongres van D66 […] ontbrak er iets. Veel applausmomenten gingen ongemerkt voorbij. ‘Lekker efficiënt, maar ook een beetje saai’, aldus Rob Jetten. ‘Ik mis de reuring.’
(20-04-2020)

In de bovenstaande citaten, afkomstig uit de Volkskrant, betekent reuring ‘bedrijvigheid, gezellige drukte’. Het is afgeleid van het (verouderde) werkwoord reuren, een variant van roeren, in de betekenis ‘rumoerig zijn (zich roeren)’. Reuring is een dialectwoord dat is doorgedrongen tot het Standaardnederlands. Oorspronkelijk werd het vooral in Noord-Holland gebruikt. Het komt voor in de Camera Obscura, een boek uit 1839 dat is geschreven door Hildebrand (pseudoniem van de Noord-Hollander Nicolaas Beets):

Bij den laatsten koop begint er al wat reuring te komen, en bij het laatste nommer – laat het een mager boompje wezen, dood in den top – wordt een vijfje opgestoken; en een manneken uit de stad, dat te opgewonden is om te cijferen, blijft er tot algemeene vreugd aan hangen.


Referenties
Willem Vissers, ‘‘Niet zo gestrest, daar heb ik een bloedhekel aan’ [interview met Ronald Koeman], de Volkskrant, 03-06-2019.
Raoul du Pré, ‘Dit keer dan maar zonder ‘de geur van wilde beesten’’, de Volkskrant, 20-04-2020.



» Reuring-watching II – reuring bij Pauw & Witteman.
» Reuring-watching III – reuring ‘ophef’
» Reuring-watching IV – de nieuwe betekenis.
» index


Geplaatst op 8 maart 2011, het laatst gewijzigd op 20 april 2020.

© de 5e Verdieping 2011-2020