Is de bonte kieft een kievit of een scholekster?


Zoals de molenkenner Frans Mars eens constateerde, zijn weliswaar veel Zaanse molens naar een vogel genoemd, maar hebben de grutto, de tureluur, de watersnip, de meerkoet, het waterhoen, de aalscholver noch de fuut het ooit “tot een molenpeetschap kunnen brengen”. Geldt dat ook voor de scholekster? Zeker is dat er nooit een molen De Scholekster is geweest en evenmin een molen De Bonte Piet of De Zeekieft. Wel maakt Frans Mars melding van een molen De Bonte Kieft. Zo heet ook een 18e-eeuws houten pakhuis dat aan het Breedweer in Koog aan de Zaan staat. Mars heeft bonte kieft opgevat als betrekking hebbend op de kievit; bonte kieft staat dan naast grauwe kieft zoals bonte vliegenvanger staat naast grauwe vliegenvanger (de vliegenvanger is een insectenetend zangvogeltje), m.a.w. een bonte kieft is dan gewoon een kievit.¹ Maar niet uit te sluiten is dat bonte kieft een dialectnaam is voor de scholekster, net als bonte piet en zeekieft, en dan de Nederlandse tegenhanger is van Fries bûnte ljip (letterlijk ‘bonte kievit’) ‘scholekster’.²




Het Zaanse nieuwsblog De Orkaan publiceerde in 2016 een tekening van Rein Stuurman, de illustrator van de oude vogelgids Zien is kennen. De tekening is afkomstig uit de roman Het kan raar lopen van Willem van Doorn. Te zien zijn twee jonge vrouwen in een Zaans polderlandschap, hun roeiboot “stijf verward in wier en kroos” aldus het onderschrift. Boven een rietkraag vliegen twee scholeksters. De tekening hoort bij een passage uit het hoofdstuk ‘Op het Westzijder Veld’.

“Hallo meid, wat ga je nóú beginnen?”, riep Truus ineens, en begon als razend aan de riemen te trekken en te rukken…
Het trekken en rukken leverde maar weinig resultaten op. Ze zaten stijf verward in wier en kroos.
Over het riet kwam ’n nieuwsgierige koeiekop te voorschijn. ’n Paar voorbijkrijtende scholeksters schenen het vege lijf te willen bergen…

De roman verscheen in 1948, maar de bewuste scène speelt zich af in juli 1922 bij Zaandam, in het Westzijderveld (het zuidoostelijk deel v.d. Polder Westzaan). Was het soms een paartje scholeksters dat in het veld genesteld had? Dan zou het goed een anachronisme kunnen zijn. Oorspronkelijk is de scholekster een echte kustvogel en pas in de loop van de 20e eeuw is hij ook op boerenland gaan broeden en heeft zo zijn areaal landinwaarts uitgebreid. Of er in de jaren twintig al scholeksters in de Polder Westzaan nestelden is hoogst onzeker; uit die tijd zijn mij geen gegevens bekend. Wel uit de jaren veertig. Op 18 juli 1942 – dus 20 jaar na het vaartochtje van de romanmeisjes Truus en Agnes – werden in het Westzijderveld “veel Bonte Pieten” waargenomen. Dat klinkt veelbelovend, maar het rapport Natuurruimten 1944 zegt over de scholekster in het Westzijderveld: “Niet algemeen; slechts enkele paren broeden er.” Uit 1942 is er voor het Wormerveerderveld (het noordelijk deel v.d. Polder Westzaan) nog een opgave van 6 nestvondsten, met de opmerking “dit jaar meer dan vorig jaar”.³

Hoe dan ook, toen het pakhuis De Bonte Kieft zijn naam kreeg broedden er nog geen scholeksters in de Zaanstreek. Toch zal hij er wel bekend zijn geweest, want hij broedde tamelijk om de hoek, in de duinen. En het IJsselmeer was nog Zuiderzee en waar zee is zijn kustvogels. Maar of de scholekster het inderdaad tot een ‘molen- of pakhuispeetschap’ heeft gebracht? Ik betwijfel het.




1 Op Molendatabase.org heb ik De Bonte Kieft niet gevonden, wel De Grauwe Kieft. De standaardtalige vorm kievit komt in Zaanse molennamen niet voor, alleen de gesyncopeerde vorm kieft.
2 WFT en Blok & Ter Stege.
3 Aantallen ontleend aan Zaanse vogels, p. 100.


Referenties
Wurdboek fan de Fryske taal (WFT), lemma’s liuw en ljip.
J. Meltzer, Natuurruimten in Noord-Holland 1944, 1945.
Willem van Doorn, Het kan raar lopen; onschuldig schoolromannetje uit rustige dagen, 1948, p. 18.
F. Mars, ‘Molens in het Zaanse landschap’, Het vogeljaar, jg. 13 (1965), nr. 3, p. 495, 505-508.
Dirk Glandorf, ‘Scholekster’, in Zaanse vogels, 1983, p. 99-104.
H. Blok & H.J. ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e ed. 2008, lemma scholekster.



» Houtzaagmolen De Grauwe Kieft.
» De Zaanse veldnaam Lepelkooien.
» Heeft Jac. P. Thijsse het woord ‘weidevogel’ gemunt?
» Oliemolen De Grutto?
» Oliemolen De Schijtjager.
» index


Geplaatst op 5 december 2019, het laatst gewijzigd op 6 januari 2020.

© de 5e Verdieping 2019-2020