Heeft Thijsse het woord weidevogel gemunt?


Weidevogel ‘vogel die voornamelijk in weiden nestelt’, “term gevormd door J.P. Thijsse”, aldus de Dikke Van Dale.
Ongetwijfeld heeft Jac. P. Thijsse (1865-1945) het woord weidevogel gepopulariseerd door het te gebruiken in zijn ornithologische bestseller Het vogeljaar, waarin hij onder het kopje ‘De weidevogels’ onder andere de kievit, de grutto, de tureluur en de kemphaan behandelt. Gevleugelde zin: “De koning van de weidevogels is de grutto.” Maar Thijsse heeft het woord weidevogel niet gemunt, want het WNT geeft al attestaties uit 1872 en 1880 (De kievit is een weidevogel). Het geeft zelfs een attestatie uit 1588, doch bij Kiliaan betekent weyd-voghel niet ‘vogel die in de weiden nestelt’, maar ‘accipiter’, d.w.z. ‘bepaalde roofvogel (havik, sperwer)’.




Referenties
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma weideI (gepubliceerd in 1990).
Jac. P. Thijsse, Het Vogeljaar, 1e druk 1904, 6e druk 1969.



» Molen De Grutto?
» Is de bonte kieft een kievit of een scholekster?
» index


Geplaatst op 7 april 2016, gewijzigd op 23 april 2016.

© de 5e Verdieping 2016