Houtzaagmolen De Grauwe Kieft


De bonte kieft en de grauwe kieft hebben hun namen geleend aan twee Zaanse molens, schreef molenkenner Frans Mars in 1965. Om welke vogels gaat het dan?
Bonte kieft is mogelijk een naam voor de scholekster.¹
En grauwe kieft?

Van Dale vermeldt onder het adjectief grauw ‘vaalzwart, donkergrijs’ (betekenis 3) o.a. grauwe lijster ‘zanglijster’. De zanglijster is echter niet vaalzwart of donkergrijs, maar bruin, en je kunt je afvragen of grauw in grauwe lijster niet eerder ‘vaal, weinig kleur hebbend’ betekent,² en dan het antoniem is van bont ‘contrastrijk’ of ‘veelkleurig’, zoals in bonte piet en bonte specht.

Is grauwe kieft soms een verouderd dialectwoord voor de goudplevier? De goudplevier is buiten het broedseizoen, in winterkleed, namelijk ook bruin, grauw, net als de zanglijster, én het is een plevier, net als de kievit. In het winterhalfjaar foerageren soms grote groepen goudplevieren in de Zaanse droogmakerijen, vaak samen met kieviten. Zoekacties met "grauwe kieft", "grauwe kievit" en "grauwe kieviet" leverden echter geen enkele hit op. Toch zijn er wel wat aanknopingspunten.

In het 5-delige standaardwerk Nederlandsche vogelen (1770-1829) wordt over de zilverplevier gezegd: “Deze Kievit is […] over het geheel grijsachtig van kleur, waarom dezelve dan ook ter onderscheiding DE GRIJZE KIEVIT genoemd wordt, in het Latijn Vanellus melanogaster [tegenwoordig Pluvialis squatarola], zijnde dit de twee soorten van kieviten, die zich in Europa onthouden.” Die andere kievitsoort is uiteraard de ‘kievit’ roepende kievit (Vanellus vanellus). Vreemd genoeg werd de goudplevier níét tot de kieviten gerekend. Die heet in Nederlandsche vogelen gewoon Goud-Plevier, al wordt wel vermeld dat sommigen hem ‘groene kievit’ noemen.³
Groene?
‘Grauwe’ is toch zeker meer op zijn plaats.




Houtzager De Grauwe Kieft stond in Zaandam. De molen was eigendom van de Zaanse ondernemersfamilie Gijsen. Een telg uit die familie was Aafje Gijsen (1753-1781), ons bekend dankzij de uitgave van haar dagboek. De Grauwe Kieft wordt voor het eerst genoemd in de boedel van Aafjes overgrootvader, de houthandelaar Cornelis Jansz. Gijsen (1658-1723).³ De molen is in 1881 gesloopt.




1 Zie onderstaande link.
2 Een vergelijkbaar kleuradjectief is vaal, zoals in vale gier en vale lijster.
3 Bij groene kievit denkt je eerder aan de kievit, met zijn groene metaalglans.


Referenties
F. Mars, ‘Molens in het Zaanse landschap’, Het vogeljaar, jg. 13 (1965), nr. 3, p. 495, 505-508.
Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 1773-1775, toegelicht en van aantekeningen voorzien door J.W. van Sante, p. 27.



» Oliemolen De Poelsnip.
» Oliemolen De Schijtjager.
» Pakhuis De Bonte Kieft.
» index


Geplaatst op 6 januari 2020, het laatst gewijzigd op 4 december 2020.

© de 5e Verdieping 2020