Molen De Martelaar in de Martelaarspolder
oude veldnamen in het Westzijderveld / 17
Aan en ten noorden van de Weelsloot en bij de spoorlijn lag een perceel dat zowel op de veldnamenkaart 1969 als op de veldnamenkaart 1972 Martelaarspolder heet. Op de veldnamenkaart 1969 staat bovendien de naam COR ALL ingetekend; dit zal de toenmalige eigenaar of pachter zijn geweest.
![]()
uitsnede Veldnamenkaart 1972
(kaart Gemeentearchief Zaanstad)De Martelaarspolder was een polder, oftewel, in de woorden van Gerrit Jacob Boekenoogen: “Een geheel door water omgeven perceel weiland, gewoonlijk bestaande uit twee of meer stukken land, die aaneengedamd en omkaaid zijn en door een molentje worden drooggemalen.” Onder het lemma polder heeft hij de veldnaam Martelaarspolder opgenomen: “De Martelaarspolder (op de Koog bij den molen „de Martelaar”).”
![]()
Molendatabase.nl noch het standaardwerk 1100 Zaanse molens vermelden een molen De Martelaar. Het zal dus geen industriemolen zijn geweest. Waarschijnlijk was De Martelaar de weidemolen die de Martelaarspolder bemaalde. De veldnaam Martelaarspolder is dan te verklaren als poldertje, onderbemaling, van molen De Martelaar. Op een oude topografische kaart (blad 311, verkend 1892, ged. herzien 1903) is in het centrum van de Martelaarspolder inderdaad een molen ingetekend (X). Hij stond tussen de Weelsloot en de Sluissloot, ruim 100 meter van het spoor, ongeveer waar nu de Wezelstraat langs het zwembad loopt.
Martelaar is net als gijzelaar een ambigu woord.³ De oudste, gebruikelijke betekenis is iemand die wordt gemarteld (inz. omdat hij weigert zijn geloof te verloochenen). Maar met martelaar kan ook degene zijn bedoeld die de daad van het martelen niet ondergaat, maar juist begaat: iem. die mensen of (m.n.) dieren martelt (Van Dale).
Iemand die wordt gemarteld is zoals gezegd de oorspronkelijke en gebruikelijke betekenis en het ligt daarom voor de hand dat ook de molennaam die betekenis in zich draagt. Mogelijk had De Martelaar zijn naam gekregen omdat hij nauwelijks voldoende capaciteit had om het poldertje droog te houden; het was als het ware een martelgang.
Maar dit is slechts speculatie.DG
1 Petmolen, d.w.z. putmolen (pet is de ontronde vorm van put; vgl. Zaans breg brug).
2 Ook kleinere (weide)molens hadden vaak een naam.
3 Gijzelaar oorspr. alleen iem. die wordt gegijzeld, tegenwoordig ook gijzelnemer: iem. die gijzelt.Referenties
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemmas petmolen en polder.
Gemeentewerken Koog a/d Zaan, Benaming gronden in het Westzijderveld te Koog a/d Zaan [veldnamenkaart in de Beeldbank v.h. Gemeentearchief Zaanstad], 1972.
Historische Atlas Noord-Holland, 2e druk 1990.
» Achter het spoor, Darmenland, Havikkie, Kerkhoffie en Vijfhondje.
» De Salamander, De Rozenboom, De Kleine Poort, De Eendracht en De Lattenpik.
» De Mok, De Slabbert en De Glazenmaker.
» Geerteveld, Knosterveld, Molenveld, Paalveld, Veeringveld en Vijfpootveld.
» Baard Springer, Drielingen, Gouwstuk, Het Matje en Ruzieakker.
» Akkers van De Waterhond, Matsmanstuk, De Elzenboom en Padland.
» Mallegat, Sigaar, Texel, Het Hofje en de Polder van Wijb Verwer.
» De Bankies, Henstuk, Kerkhof, De Stinkerd en De IJzeren Ven.
» Biggenstuk en Varkensland.
» Baanakker, Kopakker, Mosakker, Slijpakker en Turfakker.
» Breedje, Klampakker, Smidslandje, Tweebeen en De Driehond.
» Lombok, t Sloppie en Weeshuisland.
» Kousenband, Pruthuisstuk en Ruigebol.
» Legerstuk, De Grote Vijver en Vijvertje.
» index
Geplaatst op 5 oktober 2026, het laatst gewijzigd op 26 oktober 2026.
© de 5e Verdieping 2026