busk, weer en willis

De veldnaam Elzenweer

oude veldnamen in het Westzijderveld / 16


Professor Van Braam schrijft in zijn boek Zaandam in de middeleeuwen:

Zeker van het begin van de veertiende eeuw af was het vaste deel van het Zaandammerland overwegend cultuurlandschap: ontgonnen, verkaveld, economisch benut. De kavels en landerijen werden weren, vennen, kampen, maden, akkers of kooien genoemd, al naar gelang van de omvang en ligging en van de aard van het (oorspronkelijke) gebruik. De weren vormden de basiskavels van het Zaandammer cultuurland. Van het oudere natuurlandschap, de veenwildernis, waren nog in de zeventiende en achttiende eeuw restanten aanwezig. Veldnamen uit die tijd, als Willis, Ruigoord, Heid, Ruggekooien, herinneren ons daaraan.

WEREN, VENNEN, KAMPEN, MADEN, AKKERS, KOOIEN
Op de veldnamenkaart ‘Westzijderveld Koog aan de Zaan’ kom je deze naamsbestanddelen echter nauwelijks tegen, weren en kooien zelfs helemaal niet.¹ Het is een indicatie dat de veldnamen op deze kaart door de bank genomen niet bijster oud zijn en oudere namen hebben overschreven.

Weer
“De weren vormden de basiskavels”, aldus Van Braam.
Weer is een woord dat hoort bij de middeleeuwse ontginningsgeschiedenis. Het was ook elders in Noord-Holland gebruikelijk.
Dwars op de ontginningsbasis (bijv. vanaf een veenstroom, een dijk of kade) werden er afwateringssloten het veenmoeras in gegraven. De strook land tussen twee parallelle afwateringssloten heette een weer. Zo’n weer werd door dwarssloten, scheidingssloten, opgeknipt in afzonderlijke kavels, die vervolgens aparte namen kregen. Veel weer-namen bestaan uit een combinatie van een persoonsnaam en -weer, bijv. Wilbrandi Maginwere, Jacob Jans zoens weer en Gijs Duden weer (Assendelft, ± 1200, 1443 resp.1458).

In De Zaansche volkstaal is ook een weer-naam opgenomen die is samengesteld met de naam van een boom: Elsweer. Het is een doorzichtig, goed verklaarbaar microtoponiem, dat vanuit botanisch oogpunt toch interessant is.

Elsweer

ELSWEER, znw. onz. Daarnaast Elzenweer. Naam van een stuk land onder Westzaanden, in den polder Oosterwillis. Wel zoo genoemd naar de elzen, die er op stonden. Zie WEER. || Derdalf mat lants ende is ghenoemt elssen weer ende leyt opten gou ende binnen den gou, Hs. T. 118, ƒ°48  (a° 1564), prov. archief. Noch Elsweer op den Gou; dat ½ elsweer van Janitjen Aris, Polderl. Westz. II (a° 1629).

Het Elzenweer (elssen weer) lag aan ten westen van de Gouw en dankte zijn naam aan de elzen die er stonden.
De veldnaam Elsweer, Elzenweer is in zoverre opmerkelijk omdat er in de Zaanstreek tot voor kort geen of nauwelijks natuurlijk elzenbroek voorkwam, want voor de zwarte els (Alnus glutinosa) was het zoutgehalte te hoog; elzenzaad kan dan moeilijk ontkiemen.² Zaanse broekbosjes bestaan in de regel uit zachte berk (Betula pubescens).

¿Ging het om opslag van elzen, om natuurlijk elzenbroek? Dat veronderstelt een zoet of hooguit zwak brak, uitgesproken nat milieu.
¿Of ging het om aanplant van elzen?

In ieder geval was het een nat milieu, want het Elzenweer lag in de Oosterwillis. Tegenwoordig onderscheiden we de Polder Oosterwillis Zuid en de Polder Oosterwillis Noord, twee grote onderbemalingen (resp. 45 en 30 ha) in het zuidwestelijke deel van het Westzijderveld, gelegen tussen het Zuideinde en de Gouw. Vroeger lag hier een willis.

Willis

WILLIS Vroeger ook Wilnis en Willens. Als naam van landerijen te Westzaan en te Krommenie. Behalve de weilanden in de thans polders vormende Ooster- en Westerwillis onder Westzaan en in de Willis bij den Uitweg te Krommenie, heeten ook elders gelegen stukken aldus.

Willis komt van wilnis, en wilnis komt weer van Middelnederlands wiltnisse.
Wilnis kennen we nog als naam van het dorp Wilnis, in de Utrechtse gemeente De Ronde Venen. In 1185 stond Wilnis nog te boek als Wildenisse.


In de late middeleeuwen trad door klink en oxidatie van het veen bodemdaling op, waardoor de landerijen ‘verdrasten’, om met Van Braam te spreken. Het werd steeds moeilijker om akkerbouw te bedrijven, zodat de Zaanse boeren overschakelden van een gemengde bedrijfsvoering (akkerbouw naast veeteelt) op uitsluitend veeteelt. In sommige gebieden, zoals bij het Zuideinde van Westzaan, was de verdrassing mogelijk zo dramatisch dat er niet meer kon worden geboerd, waarna de voormalige landerijen verruigden en er zich een willis ontwikkelde, wellicht een bus(k), d.w.z. rietland met laag geboomte, denk aan wilgen en berken; bosrietzanger-habitat.

speculatie

Onder dergelijke natte omstandigheden was de kweek van elzen juist goed te doen en zo werd op een van de oude weren in de Oosterwillis een elzenhakhoutbosje geëxploiteerd dat brandhout en geriefhout opleverde.³ Later, nadat de landbouw in de 17e eeuw was opgebloeid en de molenindustrie tot ontwikkeling was gekomen, er in de Zaanstreek ondernemerszin heerste en er veel kapitaal beschikbaar was, is de Oosterwillis opnieuw drooggelegd en omgevormd tot grasland. Wanneer is onduidelijk: “Ontstaansgeschiedenis onbekend” zegt de webencyclopedie ZaanWiki.


Dirk Glandorf




1 Een weer-naam is in de Koog bewaard gebleven als straatnaam: Breedweer. Het Breedweer was oorspronkelijk een weer – kennelijk een nogal breed weer – dat grensde aan de Mallegatsloot en meerdere kavels omvatte.
2 Natuuratlas Zaanstad, p. 233.
3 Een vorm van bomenkweek, in dit geval van buxus, suggereert ook de Assendelver veldnaam Buskland.
In het Zuid-Hollandse veengebied (o.a. in het Nieuwkoopse Plassengebied) lagen elzenkwekerijen, maar een elzenkwekerij in de Zaanstreek en ook nog eens zo vroeg als de 16e eeuw komt mij onwaarschijnlijk voor.


Referenties
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemma’s busch, Buskland, Elsweer, weerII en Willis.
M. Schönfeld, Veldnamen in Nederland, 2e druk 1950 (ongewijzigde herdruk 1980), p. 63,149, noot 12.
A. van Braam, Zaandam in de middeleeuwen, 1993, p. 19.
G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen; herkomst en historie, 3e druk 2006, lemma Wilnis.
Riemer Reinsma, Namen op de kaart, 2009, p. 23.
Ron van ’t Veer, Tom Kisjes & Nynke Sminia, Natuuratlas Zaanstad, 2012.
Kees van der Wiel, ‘De boer als assepoester van de Zaanse geschiedenis’, in Geschiedenis van de Zaanstreek I, 2012, p. 218-237.
ZaanWiki, lemma Polders.



» Achter het spoor, Cor All, H. Brinkman, Darmenland, Havikkie, Kerkhoffie en Vijfhondje.
» De Salamander, De Rozenboom, De Kleine Poort, De Eendracht en De Lattenpik.
» De Mok, De Slabbert en De Glazenmaker.
» Geerteveld, Knosterveld, Molenveld, Paalveld, Veeringveld en Vijfpootveld.
» Baard Springer, Drielingen, Gouwstuk, Het Matje en Ruzieakker.
» Chocoladewerf, Polder van De Wezel, De Veerling en De Storm.
» Akkers van De Waterhond, Matsmanstuk, De Elzenboom en Padland.
» Mallegat, Sigaar, Texel, Het Hofje en de Polder van Wijb Verwer.
» De Bankies, Henstuk, Kerkhof, De Stinkerd en De IJzeren Ven.
» Biggenstuk en Varkensland.
» Baanakker, Kopakker, Mosakker, Slijpakker en Turfakker.
» Breedje, Klampakker, Smidslandje, Tweebeen en De Driehond.
» Lombok, ’t Sloppie en Weeshuisland.
» Kousenband, Pruthuisstuk en Ruigebol.
» Legerstuk, De Grote Vijver en Vijvertje.
» index


Geplaatst op 19 mei 2026.

© de 5e Verdieping 2026