Het eenvoudige landhuisje van de Gorters


Na zijn promotie kreeg Herman Gorter een aanstelling tot leeraar in de oude talen aan het stedelijk gymnasium (-pje; nog geen 70 leerlingen!) van Amersfoort en meteen na de kerstvakantie, januari 1890, begon hij met lesgeven. Hij was 25 en had het voorafgaande jaar zijn beroemde epos Mei gepubliceerd. Hij betrok een huurhuis aan de Korte Bergstraat, een klein straatje dichtbij het station en de Amersfoortse Berg, de beboste heuvel waar hij voor schooltijd hardliep. Na de zomervakantie trok zijn echtgenote, Wies Cnoop Koopmans, bij hem in.

Gorter was geen onderwijsdier. Tegenover collega’s was hij horkerig, tegenover zijn leerlingen kon hij ongeduldig, driftig en neerbuigend zijn. Wat hij wel leuk vond was voetballen met de jongens op een sportveld aan de Leusderweg. Het liefst was hij midvoor.
Na ruim drie jaar vond hij het welletjes. Hij zei zijn baan op en ging privélessen geven in Het Gooi.
Henriette Roland Holst schrijft:

Door de hulp van Jan Veth en anderen werd te Bussum aan de ’s Gravelandse weg, buiten de kom van het dorp, door Berlage een eenvoudig landhuisje voor hem gebouwd en weldra verhuisden de Gorters daarheen.¹

“Een eenvoudig landhuisje.”

Klinkt als een contradictio in terminis. Volgens Van Dale (ed. 1914) ‘buitenplaats, villa’, maar H.R.H. verstond onder landhuis blijkbaar gewoon een ‘huis op ’t land, het platteland’. Gorters huis stond inderdaad in wat toen nog landelijk gebied was.

Het lag toen nog geheel buiten de villabuurt [Het Vliegen], aan drie kanten door denneboschjes omgeven. Naar den ’s Gravelandschen kant bood het een vrij uitzicht op groote weiden.²

Richard en Henriette Roland Holst vestigden zich na hun huwelijk in 1896 in ’s-Graveland. Ze betrokken een oude tuinmanswoning op de buitenplaats Schoonoord, op een uur gaans van de Gorters. De twee stellen gingen vaak bij elkaar op bezoek en maakten af en toe een uitstapje.

Cees ’t Hooft³ was een eerste klas zeiler en toen wij na ons trouwen elke zomer van uit ’s Graveland een paar keer zeilden op de plassen in de wherry van Gorter, die insgelijks een groot zeiler was, werd Cees ’t Hooft altijd meegevraagd. Mijn man en Gorter roeiden dan tot aan de Loosdrechtse plassen en daar begonnen we te zeilen. In een stil hoekje van de tuin ener oude dame te Loosdrecht bleven we een uurtje rusten en kookten ons potje. Gorter was altijd afgezant om vergunning te vragen; aan zijn rayonnante [rayonant, Frans rayonnant ‘stralend’] verschijning kon niemand iets weigeren en Cees ’t Hooft maakte zich verdienstelijk met omwassen. Na de rust zeilden wij tot aan het sluisje, waar wij geschut werden. Dan roeiden of zeilden wij langs de schilderachtige oevers van de Vecht tot Loenen of Breukelen, waar wij ergens thee dronken. Tegen de avond gingen we terug en als de mannen moe waren, spanden ze Wies Gorter en mij aan de lijn en moesten wij de boot een eind voorttrekken, tot groot vermaak van de schippers die we tegenkwamen. Ze riepen ons achterna, niet bepaald komplimenten aan het adres der mannen. Het was gewoonlijk al donker wanneer wij te ’s Graveland aankwamen. Gorter liet dan de boot liggen en kwam haar de volgende morgen weer halen.
  Heerlijk waren zulke dagen met hun overvloed van licht, lucht en zon. Gorter noemde ze een orgie met de natuur.¹

In haar Gorterbiografie verbindt Roland Holst hieraan nog een karaktertekening:

Hij voelde zich op zijn bootje als de kapitein van een schip, als heer en meester, en tevens als de man, die de verantwoordelijkheid draagt. Dit gevoel moest zoowel de heerschzuchtige als de aktieve neigingen, die beide sterk in hem waren, in hooge mate bevredigen.²

 

 

1 Roland Holst 1949, p. 70, 82-83.
2 Roland Holst 1933, p. 19, 28.
3 De schilder Cees ’t Hooft (1866-1936), vriend van Richard Roland Holst.

 

Referenties
Henriette Roland Holst, Herman Gorter, 1933.
  –  Het vuur brandde voort, 1949, 3e druk 1979.
Herman de Liagre Böhl, Met al mijn bloed heb ik voor U geleefd; Herman Gorter, 1864-1927, 1996, p. 140, 162, 194.



» Van het Reve sr. ontmoet Gorter.
» Fietsen in Verzen (1890).
» Koningin Wilhelmina en Henriette Roland Holst.
» index


Geplaatst op 19 januari 2021, gewijzigd op 24 januari 2021.

© de 5e Verdieping 2021