Zaans blauwe mieuw ‘zwarte stern’ (Chlidonias niger)


Nol Binsbergen in zijn boek Vogels van weide en rietland uit 1937:

Nog een ander sterntje, dat we in ’t binnenland te zien kunnen krijgen, is de zwarte stern; een echt vogeltje van het moerasland. Hij heeft eigenlijk maar heel weinig zwart in het veerenkleed, alleen aan den kop, terwijl de rest mooi blauwgrijs is. In de Zaanstreek wordt hij dan ook „blauwe mieuw” genoemd.

De zwarte stern heeft in zomerkleed een zwarte kop, hals, nek, borst en buik, een donkergrijze rug en donkergrijze vleugels. De donkere verschijning van de zwarte stern reflecteert in dialectnamen als zwarte star (Texel), venkraai (Tilburg en Goirle, Noord-Brabant) en zwarte zeezwaluw en zwarte meeuw (Groningen).

Maar de (obsolete) Zaanse naam is dus blauwe mieuw.¹ ‘Blauw’ is ook de kleur in dialectnamen als blauwstar (Texel), blauwtje en blauwjan (Zuid-Holland) en blauwsteern (Groningen)Blauw dan niet in de gangbare kleuraanduiding (de kleur v.d. onbewolkte hemel), maar in de oude betekenis ‘dof grijskleurig, leikleurig of loodkleurig’ (WNT), oftewel ‘blauwgrijs’, zoals in blauwe kiekendief en blauwe reiger.

De vogelnaam blauwe meeuw ‘zwarte stern’ is al bijna 400 jaar geleden geattesteerd, namelijk in Jacht-Bedryff, een 17e-eeuws handschrift waarin de vogels van het Hollandse kustgebied worden beschreven. Onder het kopje ‘MEEUWEN’ wordt gewag gemaakt van Hickstarcken, Splitstaerten [visdieven] ende kleijne blaeuwe Meeuwkens.




Omstreeks 1950 broedden er in de Zaanstreek ruim 400 paar zwarte sterns, in 1980 nog maar 60-80³ en in de 21e eeuw is hun aantal al snel gereduceerd tot 0. De Nederlandse populatie telt 1350-1570 paar (± 2014). Concentraties zijn te vinden in het Groene Hart en in het laagveengebied van Noordwest-Overijssel. De bulk nestelt op nestvlotjes, die speciaal voor de zwarte stern zijn uitgelegd.




1 Boekenoogen vermeldt de varianten meeuw en mieuw. Blauwe mieuw (of blauwe meeuw) staat niet in De Zaansche volkstaal, wel in Zien is kennen! en De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Vroeger werden de sterns ook in de ornithologische literatuur wel tot de meeuwen gerekend, bijv. bij Hendrik van Balen (1880): “De andere meeuw [d.w.z. dan de kokmeeuw] is de Zwarte Stern, ook wel rietzwaluw en bruinstern genoemd.”
2 Blok & Ter Stege. Fries blaustirns is zelfs de officiële Friese naam voor de zwarte stern (Fries wytstirns is de officiële naam voor de visdief).
3 Jonker, p. 152.


Referenties
[anoniem] Jacht-Bedryff; naar het handschrift in de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage [± 1639], bewerkt door A.E.H. Swaen, 1948, p. 51 en p. 104, noot 328.
J. Hendrik van Balen, Onze vogels of De vogels van Nederland, in hunne levenswijze geschetst, 1880, p. 173.
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemma’s blauw, meeuw en mieuw.
Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT), lemma blauwI (gepubliceerd in 1903).
Nol Binsbergen, Vogels van weide en rietland, 1937, p. 66.
Nol Binsbergen & D. Mooij, Zien is kennen!, 1e druk 1937.
J. [Koos] Jonker, ‘Zwarte stern (Chlidonias niger)’, in Zaanse vogels, 1983, p. 149-152.
J. Swanenberg, Woordenboek van de Brabantse Dialecten, deel III, sectie 4, afl. 1: Vogels, 2001, lemma zwarte stern.
Henk Blok & Herman ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e ed. 2008, lemma zwarte stern.
Ron van ’t Veer, Tom Kisjes & Nynke Sminia, Natuuratlas Zaanstad, 2012, p. 46, 54-55.
Jan van der Winden, ‘Zwarte stern’, in Vogelatlas van Nederland, 2018, p. 316-317.



» Zaanse namen voor de visdief.
» De Zaanse vogelnaam grutter.
» De etymologie van weerlam ‘watersnip’.
» De etymologie van snip.
» De etymologie van bergeend.
» index

» Etymologiebank: lemma zwarte stern.
» Vogelbescherming Nederland: de zwarte stern.


Geplaatst op 22 november 2020, het laatst gewijzigd op 9 december 2020.

© de 5e Verdieping 2020