[…] waarschuw je Diderica en je booi.’
(Maarten ’t Hart, Het psalmenoproer, 2006)

Je booi?


Maassluis, 30 maart 1776: het is zover, psalmenoproer! Gewapend met bijlen en handspaken naderen tweehonderd rinkelrooiers het huis van de reder Roemer Stroombreker om ook hem te dwingen terug te keren naar de oude wijze van psalmgezang. Waarschuw je vrouw en je booi, maant meester Spanjaard hem.

Booi had in West-Friesland de betekenis ‘jongen’ (het is dan een cognaat van Engels boy en Fries boi), maar is in Het psalmenoproer een vormvariant van bode in de (verouderde) betekenis ‘huisbediende, m.n. huismeid’. De booi in het boek is de meid Marije.




Referenties
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma’s boi en bode, bet. 4 (gepubliceerd in 1893 resp. 1892).



» Drie booien in een verwarmd vertrek.
» Wat betekent ophoesten?
» Maartens vogels.
» Spanjaard lurkte aan zijn smuigerdje.
» index


Geplaatst op 8 augustus 2014.

© de 5e Verdieping 2014