Gewandeld den weg naar Mheer op, eerste koekoek.
(J.H.F. Grönloh (ps. Nescio), Natuurdagboek, 20-04-1949)

Letterkundige fenologie: Nescio’s vroegste koekoeken


Tien jaar lang, van 1946 tot 1955, hield Nescio een dagboek bij, waarin hij met impressionistische pennenstreken een stemming in de natuur in woorden probeerde te vangen. En passant noteerde hij de eerste bloei van planten en de eerste zang van vogels: wanneer de ‘forsythiaweek’ viel en de ‘paaslelies’ bloeiden, de eerste merel zong en de reigers terugkeerden op de kolonie bij Frankendael. Speciale aandacht had hij voor de koekoek. Acht keer schreef hij zijn eerste waarneming op.

Aanstaande zondag is het 20 april. Op 20 april 1949 hoorde Nescio weer voor het eerst de koekoek. Niet in de buurt van zijn woonplaats Amsterdam, maar helemaal in Zuid-Limburg. Het zou zijn vroegste koekoekwaarneming blijven:

20-04-1949 (Zuid-Limburg)
‘Gewandeld den weg naar Mheer op, eerste koekoek.’

26-04-1946 (Brabant)
‘Dien zelfden avond eersten koekoek en kikkers gehoord.’

29-04-1954 (Brabant)
‘Hier [in Nuenen] koekte tweemaal de koekoek (voor ’t eerst dit jaar).’

30-04-1951 (Vechtstreek)
‘Tweemaal de koekoek gehoord, wonderlijk.’

02-05-1950 (Zuid-Limburg)
‘’s Avonds eerst nog wat voòr het huis op en neer geloopen en in de laatste schemering voor ’t eerst de koekoek gehoord (zwak en ver).’

02-05-1952 (Vechtstreek)
‘De eerste koekoek.’

07-05-1955 (Brabant)
‘De eerste koekoek.’

11-05-1953 (Vechtstreek)
‘Aan de Vink hoorde ik dit jaar voor het eerst de koekoek, maar flauw. Naderhand nog een paar maal gehoord, maar flauw.
Zuid Limburg zit altijd vol koekoeken, maar in bussen en treinen hoor je nix.’




Referenties
Nescio, Natuurdagboek 1946-1955, 1996. Bezorgd door Lieneke Frerichs.



» Nescio’s sjirpende vogeltje.
» Nescio spot een spoteend.
» Van Eedens eerste nachtegalen.
» Een koekoek in Finnmark.
» Waarom heet de koekoek niet ‘kuikuik’?
» De dodder, welke plant bedoelde Nescio?
» index


Geplaatst op 18 april 2014.

© de 5e Verdieping 2014