Butorius, als ic hore lesen / Mach butor in Dietsche wesen.

De butor, oftewel de roerdomp

exquis gevogelte


In de moderne NBV-vertaling van de Bijbel heet het dat “de verschillende soorten reigers”¹ onrein zijn: ze mogen niet gegeten worden. Dat geldt dan ook voor de roerdomp (Botaurus stellaris), want ook dat is een reigersoort. In de Statenbijbel wordt hij zelfs met name genoemd: “Ende van het gevogelte sult ghy dese verfoeyen, sy en sullen niet gegeten worden, sy sullen een verfoeysel zijn” (Statenvertaling 1637). Volgt een hele trits vogelnamen, waaronder Roerdomp.

Ondanks het oudtestamentische gebod liet men zich in de middeleeuwen gebraden roerdomp goed smaken. Jacob van Maerlant schrijft in zijn bekende, 13-eeuwse natuurencyclopedie Der naturen bloeme over de roerdomp, die toen nog butor heette² (het woord roerdomp bestond nog niet in het Middelnederlands): Sere wel riect hi te viere / Heren spise ist want hi is diere. ‘Heerlijk ruikt hij op het vuur / Rijkeluiskost is ’t, want hij is duur.’

Contemporain met Der naturen bloeme zijn de oudste overgeleverde stadsrekeningen van Dordrecht, uit de jaren 1283-1287, toen Floris de Vijfde de scepter zwaaide over het graafschap Holland. Op een vel perkament met uitgaven voor ‘presenten’ (geschenken, douceurtjes), gedaan in 1284, duikt ook de vogelnaam bytor op,³ in drie verschillende posten maar liefst:

Item van bytore ende van reygheren 55 s. [s. solidi ‘schellingen’; 1 solidus = 12 denaren].

Item die van Ypere 24 s. ende 2 d. [d. dinarii of denaren ‘penningen’] an wine, bytoren ende an salme.

Item meyster Laurense ende Copparde an bytoren 6 s.

Dat de bytoren in een adem worden genoemd met wine en salme wijst erop dat ze waren bestemd voor consumptie. Wijn was er ook voor Jacob de valkenier (Jacobe den valkenare), zo blijkt uit een andere post op hetzelfde vel. Hij zal de leverancier zijn geweest van die reigers en roerdompen. Zelfs zulke grote vogels werden indertijd ‘met de vogel gevlogen’. Uiteraard met grote, sterke, felle jachtvogels, zoals de havik en de giervalk. Uit 1180, m.a.w. uit het Oudnederlands, is de samenstelling butorfalca overgeleverd, ‘butorvalk, roerdompvalk’, een stootvogel dus die speciaal was afgericht voor de jacht op roerdompen!




1 Leviticus 11:19; Deuteronomium 14:18.
2 Een oudere Vroegmiddelnederlandse attestatie, uit 1225, is de persoonsnaam Hanning Butor, die zijn bijnaam Butor wrsch. te danken had aan zijn luide stem (zijn zware bas?).
Ongetwijfeld waren er destijds ook andere namen voor de roerdomp in omloop, maar die zijn niet, of pas later, overgeleverd. Butor, van Oudfrans butor, was de naam die de elite gebruikte (bij de jacht, in de cuisine) en woorden uit dat echelon hadden een veel grotere kans om te worden geboekstaafd en overgeleverd dan volksnamen.
3 De Dordtse stadsrekeningen hebben de variant bytor (de y uitgesproken als de i in Engels bittern ‘roerdomp’, dat eveneens is ontleend aan Frans butor), een ingveonisme, m.a.w. een Noordzeegermaanse (Kustgermaanse) vorm (zoals bijv. put in kustdialecten wel werd/wordt uitgesproken als /pit/ of /pet/, d.w.z. met ingweoonse ontronding v.d. vokaal; vgl. petmolen, Petten (NH) t/o Putten (GLD), Engels pit ‘put’).


Referenties
Oudnederlands woordenboek (ONW), lemma butorfalko.
Vroegmiddelnederlands Woordenboek (VMNW), lemma’s butor en butorius.
J.W.J. Burgers & E.C. Dijkhof (ed.), De oudste stadsrekeningen van Dordrecht, 1283-1287,1995. (In de index v.h. boek wordt bij bytore abusievelijk doorverwezen naar snoek.)
[anoniem] Jacht-Bedryff; naar het handschrift in de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage [± 1639], bewerkt door A.E.H. Swaen, 1948, p. 31, 88, 89.
W.B. Lockwood, The Oxford Book of British Bird Names, 1984, lemma bittern.
Frans Debrabandere, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, 2003, lemma Butor, Bethoor
Klaas J. Eigenhuis, Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, 2004, lemma butoor.
Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) 3: Ke-R, 2007, lemma roerdomp.
Nicoline van der Sijs, ‘Etymologica: vogels in het wild en op tafel’, in Neerlandistiek; online tijdschrift voor taal- en letterkunde, 28-06-2021.



» De loeiende en de blaffende butoor.
» Twents ieperon ‘roerdomp’.
» Zaans haaijong ‘roerdomp’.
» index


Geplaatst op 15 februari 2022, gewijzigd op 1 juni 2022.

© de 5e Verdieping 2022