Aftuinen ‘omgeven met een tuin’


In 1882 verscheen het boekje Nog een oud hoekje der Veluwe, geschreven door ‘een plattelandsburgemeester’. Je hoeft geen inspector Morse te zijn om de anonymus te kunnen ontmaskeren als burgemeester Nairac. De burgemeester schrijft over de geschiedenis van zijn gemeente, Barneveld, en laat daarbij ook zijn licht schijnen over het dorp Garderen. Ooit, zo geloofde men, lag bij Garderen een bos met de naam Wardlo; het wordt genoemd in een schenkingsoorkonde uit 855. De gronden van dit eikenbos werden afgegraven en “afgetuind of omgegaard”, dus omgevormd tot akkers, ‘kampen’.

Aftuinen staat in Van Dale: ‘{verouderd} afheinen’. In aftuinen heeft tuin de eveneens verouderde betekenis ‘omheining’. Dit is de oorspronkelijke betekenis van tuin, al overgeleverd in het Oudnederlands (het Nederlands van vóór 1200). De huidige betekenis ‘stuk grond met aangeplante bloemen of groenten’ is pas in het Laatmiddelnederlands (m.a.w. in de late middeleeuwen) geattesteerd.

Duits Zaun betekent nog altijd ‘omheining’.¹ In het Engels heeft de betekenis zich daarentegen ‘doorontwikkeld’ tot town ‘stad’. Een town is net als ons tuin een ‘omheind’ (d.w.z. omwald, ommuurd) gebied, bebouwd met huizen in plaats van planten.




1 Zaunkönig, de Duitse naam voor de winterkoning, is dus min of meer letterlijk te vertalen als ‘haagkoning, hegkoning’. Nederlands heggenmus is weer Duits Heckenbraunelle.


Referenties
‘Een plattelandsburgemeester’ [C.A. Nairac], Nog een oud hoekje der Veluwe, 1882 (in 1974 heruitgegeven en ingeleid door Mieke van Doorn en Bert Paasman), p. 97.



» De plaatsnaam Harskamp.
» Muizen in de pale.
» index


Geplaatst op 13 maart 2017, gewijzigd op 7 april 2021.

© de 5e Verdieping 2017-2021