Zeeuws puut, Gronings puut, Noors pute


Al setm’ een puyt hoogh op een stoel,
Sy springt al weder na de poel.

Aldus de 17e-eeuwse Zeeuwse dichter-staatsman Jacob ‘Vadertje’ Cats.
Puut is Zeeuws en West-Vlaams voor ‘kikker’. Puit, in de dialecten van westelijk Noord-Brabant, is de jongere, gediftongeerde vorm. Het woord puut/puit is al bekend uit het Oudnederlands, o.a. van de samenstelling pūdesōga ‘puitsoog, kikkeroog’.¹

Het kan gebeuren dat de caissière van een Groningse buurtsuper vraagt of je een puut wilt hebben, een zak.²
Pute is het gewone Noorse woord voor ‘kussen’. Een kussen is in feite een zak (hoes, overtrek) die is opgevuld met zachte stof. Het Bokmålsordboka vermeldt bij pute “egentlig ‘noe som svulmer’” (‘eigenlijk iets dat zwelt’).

Met ‘iets dat opzwelt, iets gezwollens’ verklaren etymologen ook puut, puit ‘kikker’. De kikker blaast bij het kwaken zijn kwaakblaas op en lijkt zo een stuk groter.

Right down the dam gross-bellied frogs were cocked
On sods; their loose necks pulsed like sails. Some hopped:
The slap and plop were obscene threats. Some sat
Poised like mud grenades, their blunt heads farting.

(Uit: Seamus Heaney, Death of a Naturalist, 1966.)

 

1 Zie ONW. ‘Puitsoog’ was waarschijnlijk een bijnaam voor iemand met uitpuilende ogen.
2 Fries pûde.

 

Referenties
Oudnederlands woordenboek (ONW), lemma puitsoog.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma’s puit, poetII (gepubliceerd in 1947 resp. 1933).
A.A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek, 1996, lemma’s puit en puut, pude.
Frans Debrabandere, Brabants etymologisch woordenboek, 2010, lemma puit.
Nicoline van der Sijs (red.). Dialectatlas van het Nederlands, 2011. (Het hoofdstuk ‘Woorden’ is geschreven door Jan Stroop.)
Jan Stroop, Die taal, die weet wat, 2014, p. 145.



» De etymologie van kikker.
» De etymologie van vroedmeesterpad.
» Dril in kikkerdril.
» All year the flax-dam festered in the heart …
» index


Geplaatst op 3 november 2014, gewijzigd op 13 november 2014.

© de 5e Verdieping 2014