De prehistorie van fiets


De voorlopig oudste vindplaats van fietsen, gespeld als vietsen, komt uit 1885.¹
De voorlopig oudste vindplaats van fiets, gespeld als viets, komt uit 1886.²
(Hiermee is niet gezegd dat fiets is afgeleid van fietsen.)

Het lijkt erop dat tussen het ontstaan en de verschriftelijking van fiets ongeveer 15 jaar liggen, want de gewezen kostschoolhouder B.J. von Pritzelwitz van der Horst meldde in De Kampioen, jaargang 1901, dat een van zijn leerlingen het woord omstreeks 1870 had gemunt op een kostschool in Apeldoorn. Die leerling was Dirk Christiaan Luca Neelmeijer jr., geboren in 1858 en afkomstig uit Apeldoorn.³
(Dan zouden we fiets te danken hebben aan een ± 12-jarige jongen!)

De etymologie van fiets is nog altijd onopgelost. Een van de hypothesen legt een verband met Frans vite ‘snel’. Dit zou verklaren waarom fiets in het begin overwegend werd gespeld als viets.
Naast de vite-hypothese is er de vitesse-hypothese: viets is spelenderwijs gevormd uit Frans vitesse ‘snelheid’: “dezen bastaard van vitesse” heette het in 1886 (Sanders 1996). Dan is ook de s van viets te verklaren.

Opmerkelijk, maar wellicht stom toeval –  zoals een van de eerste Nederlandse fietsenmakers Viets heette – is de naam van de velocipedistenclub van de plaats waar fiets gemunt zou zijn: La Vitesse (Sanders 1993).




1 Blogbericht Jan Dirk Snel, 03-04-2012.
2 EWN fiets; Ewoud Sanders 1996, p. 1, 20.
3 Sanders 1996, p. 25.

 

Referenties
Ewoud Sanders, Eponiemenwoordenboek; woorden die teruggaan op historische personen, 1993, p. 79.
  –  Fiets! De geschiedenis van een vulgair jongenswoord, 1996.
Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) 2: F-Ka, 2005, lemma fiets.



» Een vroege vindplaats van fiets.
» Was viets vulgair?
» Viets’ claim to fame.
» Frederik vietst.
» Fietsen in Verzen (1890).
» Als prinsen reden ze de dorpen door.
» index

» Etymologiebank: het lemma fiets.


Geplaatst op 14 augustus 2014, gewijzigd op 15 augustus 2014.

© de 5e Verdieping 2014