Willem en Gerrit in haar japon


Doen hy pas weer tot onsent was, raakten er een os van ons in ’t waater, dat by Willem neef & broeder Gerrit niet heel geleegen quam, want zy waaren byden in haar japon.
(Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 08-11-1774)

[…] Arendt & Jacob Breedt met haar vrouwen […]
(Idem, 22-08-1775)

Het eerste citaat heeft een opvallend slot: in haar japon. Een japon als kledingstuk voor heren kleedt tegenwoordig op zijn minst wat excentriek, maar in de 18e eeuw droegen ook mannen een japon, een ‘Japonse (Japanse) rok’. Het was een lang, wijd gewaad dat over de gewone kleding gedragen werd – de overall van de hoofdarbeider.
Ook haar klinkt raar. Haar gebruiken we als bezittelijk voornaamwoord van de 3e persoon vrouwelijk enkelvoud: Aafjes japon, haar japon. In het citaat wordt het echter gebruikt als bezittelijk voornaamwoord van de 3e persoon mannelijk meervoud, waar wij nu hun gebruiken. Het oude gebruik is terug te vinden in het WNT, dat haar vermeldt als bezittelijk voornaamwoord van de 3e persoon meervoud mannelijk, vrouwelijk én onzijdig, en als voorbeeld onder meer dit vondeliaanse citaat opvoert: De knechten […] hebben haere Meesters […] verdreven.

Vanaf de 15e eeuw is haar voor mannelijk en onzijdig meervoud geleidelijk verdrongen door hun (of hen). De vertalers van de Statenbijbel gebruikten weliswaar nog uitsluitend haar (bijv. Sy schicken hare pijlen op de peze; het gaat dan niet om Amazonen!), maar onder invloed van de schoolgrammatica werd de regel: hun als bezittelijk voornaamwoord mannelijk en onzijdig meervoud, haar voor vrouwelijk meervoud. Zoals zo vaak bleek de praktijk weerbarstig, want het WNT sluit af met: “Het is verder welbekend dat haar als gemeenslachtig bezittelijk voornaamwoord van het meervoud in de spreektaal, ook der beschaafden, nog dagelijks wordt gehoord.” Zo was de situatie aan het eind van de 19e eeuw, ruim een eeuw geleden.


Referenties
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma’s haarVIII en japonIII (gepubliceerd in 1897 resp. 1913).
Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) 2: F-Ka, 2005, lemma japon.
Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 1773-1775, toegelicht en van aantekeningen voorzien door J.W. van Sante.
Nicoline van der Sijs, Taal als mensenwerk: het ontstaan van het ABN, 2004.



» “Maar zijn de dames dan niet bang voor haar teint?”
» De betekenis van /herenhúís/.
» Het woord rozig in het dagverhaal van Aafje Gijsen.
» Uitje naar het galgenveld van Amsterdam.
» index


Geplaatst op 11 juli 2014, het laatst gewijzigd op 7 januari 2016.

© de 5e Verdieping 2014-2016