Sneeuwde het braaf & ’t weer was heel kout.
(Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 20-11-1774)

Tans reegent & wayt ’et braaf.
(Idem, 29-07-1775)

Braaf?


Van de morgen ging de lugt heel onstuymig, dog kord over de middag kreege wy een zwaaren donderbuy. Doen die bedaard was, ging myn moeder Gerrit Coeter nog een visieten geeven, die al zeedert eeniege tijd niet wel is geweest, en ik ging eens na Barbertje Coks om haar kindtje te zien, dat braaf dik & vet is. Myn broeders benne bij Willem neef Middelhooven, dog ik hoop date zij midderhaast tuys koomen zullen. Tans reegent & wayt ’et braaf.

Vanwege de huidige betekenis van braaf denk je bij ‘sneeuwde het braaf’ in eerste instantie aan rustig neerdwarrelende sneeuwvlokken, maar de context maakt wel duidelijk dat het juist om een onstuimig weertype gaat. Aafje gebruikt hier braaf in de verouderde betekenis die Van Dale definieert als ‘flink, fiks, aanmerkelijk’.

Tegenwoordig zeggen we meestal dat het ‘hard’ regent, soms ook wel ‘hevig’. Aafje gebruikt ‘braaf’, ‘hard’ en ‘sterk’.

[…] het reegenden en woey zoo hard, date wy wel angstig in huys leeken te worden.
(18-11-1774)

Doen wij aan de Uyter meersche schans [Fort bij Uitermeer] quamen begon ’t sterk te reegenen […].
(14-07-1775)




Referenties
Het dagverhaal van Aafje Gijsen, 1773-1775, toegelicht en van aantekeningen voorzien door J.W. van Sante.



» Zich braaf ergeren.
» Moddig bij Aafje Gijsen.
» Oproden bij Aafje Gijsen.
» Rozig bij Aafje Gijsen.
» Het vroor snakker bij Claas Caescoper.
» index


Geplaatst op 11 juni 2014, gewijzigd op 13 juni 2014.

© de 5e Verdieping 2014