de hittegolf van augustus 2003
De hondsdagen van monsieur Pan Vis
Parijs in de tropen
In het voorjaar van 2003 verruilde Adriaan van Dis Amsterdam voor Parijs en betrok een studio van 31 m² in het 6e arrondissement, vijfhoog onder een zinken dak, niet ver van de Jardin du Luxembourg. Er waren pushfactoren en er waren pullfactoren. Weg van het gekrakeel wilde hij er vreemdeling zijn onder de vreemdelingen. En Hemingway had hem gelokt, schrijft hij, diens A Moveable Feast¹, de “prachtige ode aan schrijven in Parijs”.
It was a lovely spring day and I walked down from the Place de lObservatoire through the little Luxembourg. The horse-chestnut trees were in blossom and there were many children playing on the graveled walks with their nurses sitting on the benches, and I saw wood pigeons in the trees and heard others that I could not see.²
Het was een heerlijke lentedag en ik liep van de place de lObservatoire door het kleine Luxembourg. De paardenkastanjes stonden in bloei en er waren veel kinderen die speelden op de grindpaden terwijl hun kindermeisjes op de bankjes zaten, en ik zag houtduiven in de bomen en hoorde andere die ik niet kon zien.
April in Paris, of May misschien, omstreeks 1923.
In 2003 verdorden een paar maanden later de kastanjebomen en verdroogden de jonge duifjes in hun nestjes. De eerste twee weken van augustus werd Frankrijk overvallen door een ongekende hittegolf, de horrorhittegolf van 2003. In het verhaal De hondsdagen van monsieur Dubois uit de bundel Stadsliefde doet Adriaan van Dis verslag, heet van de naald.Het is doodstil in de straat. Negenendertig graden. Te warm voor beweging. Ik heb een ventilator gekocht en zit in sarong achter mijn schrijftafel.
Traditiegetrouw zijn in augustus veel Parijzenaars afgereisd naar lAtlantique of le Midi, ook huisartsen, verpleegkundigen, welzijnswerkers. En ook het voltallige kabinet was weg; president Chirac zelf zat in Canada, naar verluidt om een facelift te laten uitvoeren. Veel ouderen waren achtergebleven. Parijs is niet gebouwd op de tropen, het is een stenige stad, één groot hitte-eiland, waar veel appartementen geen airco hebben, het appartement van Van Dis niet uitgezonderd. Hij probeert er het beste van te maken.
Ook de wind heeft Parijs verlaten. De lucht is loodzwaar. Mijn ventilator verplaatst alleen nog warmte. Toch is het redelijk uit te houden onder het zink, zolang ik me niet druk maak en genoeg drink, al doezel ik wel steeds onder het lezen weg. Van sufheid slaap ik s nachts wel twaalf uur. Ik koop een thermometer: binnen geeft hij vijfenveertig graden aan. Het stukwerk gloeit. Dan maar naar de bioscoop, de film doet er niet zo toe: airconditioning, daar draait het om. Ik zie alle Billy Wilder-films en er zitten altijd wel vier of vijf clochards in de zaal. Ze komen slapen in de koelte.
De situatie verslechtert snel. Zorgpersoneel wordt teruggeroepen van vakantie, uitvaartondernemers buffelen, het leger richt provisorische mortuaria in, de kerk besluit dat er ook op zondag mag worden begraven. Uiteindelijk wordt het ook Van Dis te heet onder het zink.
0ver de veertig graden blijft het s nachts. Ik geef het op en vlucht naar de kust [ ].
Monsieur Dubois, de knuffelclochard van de Cherche-Midi, stopt hij bij het weggaan nog snel een gekoelde fles brouilly³ toe.
Als de balans wordt opmaakt blijkt werd het aantal hittedoden geschat op van 15.000, waarvan 5000 in Parijs. Vooral ouderen. Het leidde tot schaamte en pijnlijk zelfonderzoek: wat zei het over de Franse samenleving als er duizenden bejaarden waren gecrepeerd, als er honderden sterfgevallen waren waarbij zich geen familieleden meldden en de lijken ten slotte werden bijgezet in een collectief graf? Er werd een commissie ingesteld die maatregelen trof om herhaling te voorkomen. Sindsdien wordt er voor iedere zomer een nationaal hitteplan opgesteld, is er een telefoonteam dat dagelijks de kwetsbaren afbelt en zijn er publieke ruimtes waar men verkoeling kan zoeken. Deze zomer, de zomer van 2026, heeft Parijs al verschillende hittegolven doorgemaakt, de eerste al in juni, ongewoon vroeg in het jaar, en ook nu was er oversterfte, maar ditmaal bleef de situatie beheersbaar.
Inmiddels bereidt de stad zich voor op een toekomstscenario met temperaturen van 50 °C.
A Moveable Feast
(hoofdstuk 12, alinea 3)
Ernest Hemingway:
It was a lovely spring day and I walked down from the Place de lObservatoire through the little Luxembourg. The horse-chestnut trees were in blossom and there were many children playing on the graveled walks with their nurses sitting on the benches, and I saw wood pigeons in the trees and heard others that I could not see.
In de vertaling van John Vandenbergh:
Het was een heerlijke lentedag en ik liep van de Place de lObservatoire door het Luxembourg. De wilde kastanjebomen stonden in bloei en er speelden veel kinderen op de grintpaden terwijl hun kindermeisjes op de bankjes zaten en ik zag houtduiven in de bomen en hoorde andere die ik niet kon zien.
In de vertaling van Arie Storm:
Het was een mooie lentedag en ik liep van het place de lObservatoire en door het kleine Luxembourg. De paardenkastanjes stonden in bloei en er speelden talrijke kinderen op de grindpaden terwijl hun kindermeisjes op de bankjes zaten, en ik zag houtduiven in de bomen en ik hoorde andere, die ik niet kon zien.
Franse vertaling:
Cétait un adorable jour de printemps et je descendis de la place de lObservatoire à travers le petit Luxembourg, les marronniers étaient en fleur et il y avait beaucoup denfants qui jouaient sur le gravier des allées, avec des gouvernantes assises sur des bancs, et je vis des ramiers dans les arbres et jen entendais dautres que je ne pouvais pas voir.
“The horse-chestnut trees in the Luxembourg gardens were in bloom.”
“The horse-chestnut trees were in blossom”, schrijft Hemingway in A Moveable Feast. Hij is dan op weg naar Gertrude Stein, die in de Rue de Fleurus woont, aan de westkant van de Jardin du Luxembourg. En ook in The Sun Also Rises bloeien de kastanjebomen in het park.
In the morning I walked down the Boulevard to the Rue Soufflot for coffee and brioche. It was a fine morning. The horse-chestnut trees in the Luxembourg gardens were in bloom. There was the pleasant early-morning feeling of a hot day. I read the papers with the coffee and then smoked a cigarette. The flower-women were coming up from the market and arranging their daily stock.
s Ochtends liep ik de Boulevard af naar de Rue Soufflot voor koffie en brioche. Het was een mooie ochtend. De paardenkastanjes in de tuinen van het Luxembourg stonden in bloei. Er was het plezierige vroegeochtendgevoel van een hete dag. Tijdens de koffie las ik de kranten en rookte daarna een sigaret. De bloemenverkoopsters kwamen net van de markt en stalden hun dagelijkse voorraad uit.
Een vredig beeld.
De I in het citaat is de Amerikaanse journalist Jake Barnes, de op Hemingway gebaseerde hoofdpersoon van de roman, die hier letterlijk in diens voetsporen treedt. De Boulevard is de Boulevard Saint-Michel, die langs de Jardin du Luxembourg loopt en via de Place Edmond Rostand naar de Seine. De fontein op dit plein is de Fontaine du Bassin Soufflot en sla je er rechtsaf, de straat omhoog richting het Panthéon, dan sta je inderdaad op de Rue Soufflot, waar Barnes die lenteochtend koffie en brioche bestelde.Jacques Gans bewoonde een primitief hotelkamertje in een voormalige abdij in de Rue Daubenton in het Quartier Latin en bewandelde op weg naar “het woelige wereldje van Montparnasse” de Rue Soufflot in tegenovergestelde richting.
Place de la Contrescarpe, Rue de lEstrapade, Place du Panthéon. En dan van de hoogte af door de brede Rue Soufflot, het uitzicht op de flonkerende waterstraal van de fontein tussen de bomen van de Jardin du Luxembourg. Kijken, slenteren zonder doel of noodzaak.
Zie hier de zelfverklaarde uitvreter in actie.
Op de hoek van de Rue Soufflot en de Boulevard Saint-Michel bevond zich La Capoulade. Gans zat op het terras van dat café toen hij eind 36 / begin 37 de Deense modiste Ester Steffensen ontwaarde. Nog dezelfde dag werd ze zijn geliefde. Zij zou later onder de naam Mette terugkeren in de autobiografische roman Liefde en goudvissen.DG
1 A Moveable Feast, de postuum uitgegeven roman van Ernest Hemingway over diens Parijse jaren in de roaring twenties.
2 Citaat uit het hoofdstuk A Strange Enough Ending. Hier is Hemingway op weg naar Gertrude Stein, Rue de Fleurus 27.
3 Brouilly, rode wijn uit de Beaujolais, gemaakt van de gamaydruif.Referenties
Ernest Hemingway, The Sun Also Rises, 1926, H 5, r. 1-6.
Jacques Gans, Liefde en goudvisschen, 1940.
Ernest Hemingway, A Moveable Feast, 1964.
– Een feest zonder einde; herinneringen aan Parijs, vertaling John Vandenbergh, 1989, p. 105.
– Parijs is een feest, vertaling Arie Storm, 2016, p. 109.
– Paris est une fête, vertaling Marc Saporta, 2011, p. 146-147.
Jacques Gans, Een onaangepast mens, 1981, p. 12 en 53.
Willem Maas, Jacques Gans; biografie, 2002, p. 36 en 95.
Adriaan van Dis, Stadsliefde; scènes in Parijs, 2011.
Daan Kool, Sinds de horrorhittegolf van 2003 let Parijs goed op zijn ouderen de Volkskrant (online), 25-07-2019.
» Duiven in A Moveable Feast.
» Vissen in de Seine.
» “And you mustnt write slop”.
» Levend behang in vooroorlogs Parijs.
» index
Geplaatst op 17 augustus 2026, het laatst gewijzigd op 3 september 2026.
© de 5e Verdieping 2026