Wat betekent de plaatsnaam Nibbixwoud?


Nibbixwoud is een dorp in Noord-Holland, om preciezer te zijn: in West-Friesland. Rond 1312 heette Nibbixwoud Nuweboxwoude (in moderne woorden: Nieuw-Bokswoud). De naam Nuweboxwoude is vervormd tot Nibbixwoud.

De naam Nuweboxwoude onderscheidde het dorp van het naburige, oudere dorp Boxwoude. Dat ging op zijn beurt Oudeboxwoude (‘Oud-Bokswoud’) heten, en niet veel later Hauwert.

Boxwoude is waarschijnlijk te verklaren als ‘woud van Bok’. Bok is dan een persoonsnaam (een bijnaam, voornaam of familienaam, als eigennaam afgeleid van de soortnaam bok ‘mannetje v.d. geit, het hert e.d.’), zoals in de plaatsnaam Boxmeer ‘meer van Bok’.

Een andere verklaring is dat box in Boxwoude het woord buks is, een oude naam voor de buxus of buksboom (Buxus sempervirens), de groenblijvende struik die we nu vooral kennen van de buxushaagjes. In dat geval zou Nibbixwoud ‘Nieuw-Buxuswoud’ betekenen. Maar de paleo-ecoloog Otto Brinkkemper mailde desgevraagd dat het natuurlijk voorkomen van buxus in de middeleeuwen hoogst onwaarschijnlijk is. Wel werd buxus aangeplant. Bovendien is de buxus een plant van droge grond, wat zich moeilijk laat rijmen met woud, want woud was vroeger niet zomaar een bos, maar een vochtig bos.
Een alternatief is dat buks hier niet ‘buxus’ betekent, maar ‘taxus, venijnboom (Taxus baccata)’, en dat is wel een vochtminnende plant. De taalkundige Riemer Reinsma schrijft echter dat woud in toponiemen vrijwel nooit voorkomt in combinatie met een boomsoort. Boxwoude zou dan een uitzondering zijn.


(Met dank aan dr. Otto Brinkkemper, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.)




Gerrit Jacob Boekenoogen vermeldt voor 1584 en 1599 de veldnaam Buksland (bucxlant, bocxlant) in Assendelft, een dorp dat net als Nibbixwoud in Noordhollands Noorderkwartier ligt. In zijn tijd (eind 19e eeuw) was het perceel niet meer bekend. Misschien “de heester buks” schrijft hij, en verwijst voor die naam naar de woordenboeken. In het WNT is buks synoniem met buksboom (bosboom, busboom) (Buxus spec.), in Van Dale, ed. 1914, is buks(boom) synoniem met palmboompje (Buxus sempervirens).

Was het Buksland een perceel waar buxus was aangeplant?
Buxus is weliswaar giftig, maar het had een gebruikswaarde: de twijgen van het ‘palmboompje’ werden gebruikt bij de viering van Pasen, van buxushout werden gebruiksvoorwerpen gemaakt en bovendien werd van buxus een artsenijmiddel bereid.¹




1 FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten.


Referenties
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma’s buksI en buksboom (gepubliceerd in 1902).
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal, 1897, lemma Buksland.
Riemer Reinsma, Namen op de kaart, 2009, p. 26.
G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018, lemma’s Nibbixwoud, Hauwert en Boxmeer. (Te raadplegen via Etymologiebank.nl.)



» De plaatsnaam Renswoude.
» De plaatsnaam Schellingwoude.
» index

» FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten: buxus.


Geplaatst op 23 maart 2012, het laatst gewijzigd op 9 april 2021.

© de 5e Verdieping 2012-2021