“Wat belasting betreft is de Schrift behoorlijk wat duidelijker dan over minaretten…”

Geef dan wat van de keizer is aan de keizer
(Matteüs 22:15-22)


De orgelstemmer Gabriel Pottjewijd is de hoofdpersoon van de roman De nachtstemmer. Hij deelt wat karakteristieken met zijn schepper, Maarten ’t Hart: oorlogskind, kerkverlater, Bijbelvast, Bachliefhebber, orgelspeler. Pottjewijd komt naar een Hollands havenstadje om het Garrelsorgel van de Groote Kerk te stemmen. Men vraagt hem om aansluitend ook het Seifertorgel van de gereformeerde kerk onder handen te nemen. En dan bij voorkeur zwart. Hij werkt niet zwart, zegt hij gedecideerd: “Wat belasting betreft is de Schrift behoorlijk wat duidelijker dan over minaretten, slaat u er Mattheüs 22 maar op na, dus nee, zwart stemmen, het spijt me, dat doe ik niet, dan zoekt u maar een ander.”

De hoofdpersoon van Maarten ’t Harts autobiografische roman Het uur tussen hond en wolf, een schrijver luisterend naar de naam Melchior, betoont zich minder scrupuleus. Melchiors boek Een koppel braamsluipers is een onverbiddelijke bestseller geworden, zodat hij ineens over een flink kapitaal beschikt. Hij besluit het geld te investeren in steen en koopt voor 3 ton een pand op de Marnixkade in Amsterdam. Dat laat hij voor 39.000 gulden verbouwen door een legertje klussende WW’ers. Zwart uiteraard.
Eén etage houdt hij voor zichzelf, als pied-à-terre. Twee etages van het bovenhuis verhuurt hij voor 400 gulden per maand aan zijn goede vriend Frederik Koudvuur, een ‘creatief vertaler’. Fred weet nog een geschikte kandidaat voor de eerste etage van het onderhuis: Wieneke. Die eigent zich vervolgens ook de parterre toe, onveranderd tegen een maandhuur van 200 gulden.
400 en 200 gulden, alleszins schappelijke bedragen; huisbaas Melchior is beslist geen huisjesmelker en geen schraper in de zin van ‘zeer hebzuchtig, inhalig persoon’ (Van Dale, bet. 2).

Op 1 juli 1980 gaat de huur in. Koudvuur ontpopt zich als een onverbeterlijke wanbetaler. “Op 1 maart had hij de huur van februari nog niet betaald, en betaalde hij die van maart evenmin. Vijf maanden later had hij zeven maanden huurachterstand. Voorzichtig herinnerde ik hem aan het verschijnsel huur.” Ten einde raad schakelt Melchior een advocaat in. Daarmee neemt het derde en laatste bedrijf een aanvang. Hele passages uit de processtukken lijken letterlijk in het boek te zijn opgenomen; het werkt wel.

Het uur tussen hond en wolf is een literaire afrekening met de vertaler Hans W. Bakx, de huurder in kwestie. “Het is allemaal feitelijk en letterlijk waar wat erin staat, op één klein dingetje na”, beweerde Maarten ’t Hart destijds.¹ Vrijwel tegelijkertijd publiceerde Bakx een ‘tegenboekje’, de sleutelnovelle Midas’ tranen, waarin het personage Sijmen Togt de plaats van ’t Hart/Melchior inneemt en het personage Jaap Deelder die van Bakx/Koudvuur.²

Uiteindelijk heeft de affaire slechts verliezers opgeleverd, want jaren later liet Maarten ’t Hart in de VPRO Gids optekenen: “Voor een schrijver zijn woede en rancune heel slechte drijfveren. Ik heb ooit eens uit wraak een boek geschreven, Het uur tussen hond en wolf, en daar heb ik nog steeds spijt van.”³




1 VPRO-radioprogramma Boeken, 03-11-1987.
2 Dat was mogelijk doordat ’t Harts uitgever om juridische redenen een kopie van het manuscript van Het uur tussen hond en wolf geruime tijd voor publicatie had toegestuurd aan Bakx.
3 VPRO Gids, 28-07-2010.


Referenties
Maarten ’t Hart, Het uur tussen hond en wolf, 1987.
Hans W. Bakx, Midas’ tranen; een anekdote, 1987.



» In welk jaar speelt De nachtstemmer zich af?
» Maarten ’t Hart, een zelfverklaarde schriep.
» De pandjesbaas als gehaaide vastgoedjongen.
» index


Geplaatst op 27 november 2019, gewijzigd op 2 december 2019.

© de 5e Verdieping 2019