Gans en Hemingway in Le Dôme

boulevardier ontmoet (?) literaire cowboy


In juni 1929 vertrok Jacques Gans, 21 jaar oud, naar Parijs. Hij betrok een zolderkamer in de Rue Pigalle en begon à la Nescio’s uitvreter een leven als ‘boulevardier’: flaneren, neerstrijken op terrasjes, kijken naar flaneurs. De neerlandicus Willem Maas schrijft in zijn biografie dat Gans “in de cafés van Montparnasse thuis [raakte] in het milieu van kunstenaars, schrijvers en journalisten”. Als het hem te veel werd, nam hij de trein naar Holland om door zijn ouders te worden ‘opgevijzeld’ en keerde vervolgens, opgevet en wel, terug naar de lichtstad. Zo ging het, onderbroken door een jaar in Berlijn, door tot aan de oorlog.

Toen Jacques Gans in Parijs arriveerde, woonde Ernest Hemingway alweer in Amerika. In maart 1928 had hij zich samen met zijn tweede vrouw, Pauline Pfeiffer, gevestigd in Key West, Florida. Maar dat betekent niet dat hij nooit meer in Parijs kwam. De Hemingways kwamen nog geregeld in Parijs, ofschoon niet elk jaar. Zo voeren ze op 5 april 1929 van Havana naar Frankrijk en namen hun intrek in hun appartement in de Rue Férou, dat ze blijkbaar hadden aangehouden. Die zomer waren ze in Spanje, gingen terug naar Parijs, en voeren op 3 januari weerom, Havana.

Jacques Gans beweerde dat hij Hemingway meerdere malen heeft gezien. In ‘De Boulevard-Drentelaar’, een van zijn autobiografische stukjes uit De Telegraaf,¹ schrijft hij over “pittoreske figuren van Montparnasse in de jaren dertig”, onder wie de dichter Mergault. Hij vertelt dat een dronken Mergault gewoon was voor de deur van Le Dôme² zijn gedichten luidkeels te declameren en dan werd weggestuurd door de gardiens, omdat de garçons de bestellingen niet meer konden verstaan.

Hemingway, die met het model Kiki³ en de Vlaamse Jeannette Dassie nogal eens aan de zinc bij de tabac van de Dàme stond, behoorde tot de vaste supporters van Mergault, en ook de man op de hoek, Delambre, die daar met slakken, oesters en ander zeebanket stond, droeg bij, maar dat was misschien meer uit bevreesdheid voor zijn opstand.

In zijn recensie van A Moveable Feast doet Gans er nog een schepje bovenop. Daarin krijgt hij zelfs vaderlijk advies van de beroemde Amerikaanse romancier. Plaats van handeling is opnieuw Le Dôme, ditmaal met een herinnering aan de schilder Jules Pascin, aan wie Hemingway in zijn Parijse memoir een hoofdstuk heeft gewijd.

Uit diezelfde hoek van de Dôme is de Hemingway van een paar jaar later me bijgebleven.
  Van een vroege ochtend met Jeannette Dassie van de circusfamilie in een roodwit gestreepte pullover. Hemingway als de literaire cowboy die hij uiterlijk leek, stapels verse croissants en zwarte koffie met cognac ronddelend aan de nog stille boulevard met de fijne blaadjes van de acaciabomen en nog geen auto in het uitzicht.
  „Als je een schrijver wil worden, jongeman!” grapte Hemingway, „dan moet je hier niet de hele tijd met deze schoonheid blijven rondhangen, maar ook nog eens een pen pakken!”

Pascin overleed op 2 juni 1930, dus het eerste stukje zou betrekking kunnen hebben op een cafébezoek in 1929, toen de Hemingways langere tijd in Parijs verbleven.
Het tweede stukje, gedateerd “een paar jaar later”, moet zich dan in 1931 of 1933 hebben afgespeeld, want in 1932 zijn de H’s in Amerika gebleven en woonde Gans in Berlijn.

“Van een eerbiedige afstand bewonderde hij Hemingway”, schrijft zijn biograaf.
Ontmoeten, zien en gezien worden. Is Gans ook ‘gezien’?
Schrijver is hij in ieder geval geworden.


DG



A Moveable Feast

‘With Pascin at the Dôme’

(fragment)


Coming back from The Select now where I had sheered off at the sight of Harold Stearns who I knew would want to talk horses; those animals I was thinking of righteously and lightheartedly as boosted beasts that I had just foresworn at Enghein to work on this day as a serious writer; now full of my evening virtue I passed the collection of inmates at the Rotonde and, scorning vice and the collective instinct, crossed the boulevard to the Dôme. The Dôme was crowded too, but there were people there who had worked.
  There were models who had worked and there were painters who had worked until the light was gone and there were writers who had finished a day’s work for better or for worse, and there were drinkers and characters, some of whom I knew and some that were only decoration.
  I went over and sat with Pascin and two models who were sisters. Pascin had waved to me while I had stood on the sidewalk on the rue Delambre side wondering whether to stop and have a drink or not. Pascin was a very good painter and he was drunk; steady, purposefully drunk and making good sense. The two models were young and pretty. One was very dark, small, beautifully built with a falsely fragile depravity. She was a lesbian who also liked men. The other was childlike and dull but very pretty in a perishable childish way. She was not as well built as her sister, but neither was anyone else that spring.




1 Als Souvenir, afl. 6. Een deel van de Souvenirs is verwerkt in het autobiografische boekje Een onaangepast mens.
2 Le Dôme aan de Boulevard Saint-Michel in de wijk Montparnasse, in het interbellum het artistieke quartier van Parijs, waar ook veel expats woonden.
3 Het schildersmodel Kiki ‘de Montparnasse’ (Alice Prin); zij is het model op de beroemde foto van Man Ray, Le Violon d’Ingres (1924).
Hemingway voorzag haar memoires van een voorwoord.


Referenties
Ernest Hemingway, A Moveable Feast [the restored edition], 1964, ed. 2009.
Jacques Gans, ‘Hemingway en de Smaak in het Leven’ [recensie van A Moveable Feast], De Telegraaf, 29-05-1964.
  –  Souvenir, afl. 6: ‘De Boulevard-Drentelaar’, De Telegraaf, 09-09-1972.
  –  Een onaangepast mens, 1981, p. 14-15.
Jeffrey Meyers, Hemingway, a biography, 1985, p. 123.
Willem Maas, Jacques Gans; biografie, 2002, p. 35, 37, 53 en 62.



» Jacques Gans en Nico Rost op het terras van Le Dôme.
» Brasero’s in Liefde en goudvisschen.
» Levend behang in vooroorlogs Parijs.
» Houtduiven en stadsduiven in A Moveable Feast.
» “And you mustn’t write slop”.
» index


Geplaatst op 28 augustus 2026, gewijzigd op 29 augustus 2026.

© de 5e Verdieping 2026