Waarom heet de fuut fuut?
![]()
foto: Sjouk Vellenga
In een woordenboek uit 1599 komt de vogelnaam aers-voet voor.¹ Zo werd een duiker genoemd: een watervogel die veel onder water duikt.² De naam aarsvoet slaat op de positie van de poten: die zitten bij duikers helemaal aan het achterend, bij de aars zogezegd (dat is op de foto wel te zien). Daardoor kunnen duikers zo goed duiken. De keerzijde is dat ze heel slecht kunnen lopen.
De naam aarsvoet werd verkort tot voet, foet en fuut, terwijl aarsvoet zelf verouderd raakte. Uiteindelijk wist niemand meer dat fuut van aarsvoet kwam. Dat is nog niet eens zo lang geleden ontdekt. Voor zover ik weet waren Henk Blok en Herman ter Stege de eersten die dit hebben opgeschreven, in 2000, in de 2e druk van hun boek De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis.
Betekenis wetenschappelijke naam [Podiceps cristatus]: aarspotige met kuif.
Fuut zou [ ] een door klanknabootsing gevormde naam zijn. Waarschijnlijker is dat Fuut en Füt (Tex [Texel]) zijn ontstaan uit Foet als bekorting van Arsevoet. De namen Aarsvoet en Arsevoet verwijzen naar de ver naar achteren geplaatste poten.²Hieraan kan worden toegevoegd dat aarsvoet naar alle waarschijnlijkheid een leenvertaling is van Neolatijn Podiceps, de wetenschappelijke geslachtsnaam van de fuutachtigen.³
Kijk daar zwemt een voet! klinkt niet echt lekker, misschien zelfs een beetje luguber. Er zal wel wat druk op de naam hebben gestaan, zeker toen het besef dat de vogelnaam terugging op het lichaamsdeel vervaagd was. Het resulteerde in foet en fuut. Dat het uiteindelijk fuut is geworden, met hoge vocaal, zou mede aan het geluid van de fuut kunnen worden toegeschreven, en dan niet de roep van de adulte futen (die zijn nogal zwijgzaam en maken in de paartijd een schor geluid dat in niets lijkt op fuut), maar de bedelroep van de luidruchtige jonge fuutjes, die mij altijd doet denken aan het gepiep van ouderwetse knijppopjes, iets als /fuut-fuut-fuut/ of /fiet-fiet-fiet/.
DG
1 Cornelis Kiliaan, Etymologicum teutonicae linguae.
2 “De Pronkvogels [futen] en andere AERSVOETEN hebben geen Staertpennen” (Nederlandsche Vogelen, deel 2, 1789, p. 170).
3 EWN, lemma fuut.Referenties
Cornelius Nozeman & Martinus Houttuyn, Nederlandsche vogelen, deel 2, 1789.
H. Blok & H.J. ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 1e druk 1995, 2e druk 2000, lemma fuut.
Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) 2: F-Ka, 2005, lemma fuut.
Herman Wilms, Wetenschappelijke Namen van de Vogels van Europa (WNVE), lemma Podiceps cristatus, d.d. 12-09-2026.
» De etymologie van koet.
» index» Etymologiebank: het lemma fuut.
» WNVE: het lemma Podiceps cristatus.
» Vogelbescherming Nederland: de fuut.
Geplaatst op 9 juni 2010, het laatst gewijzigd op 14 september 2026.
© de 5e Verdieping 2010-2026