Deksel revisited


Gisteravond had ik twee ‘encounters’ met de deksel. “Laat de rijst nog 8-10 minuten staan met de deksel op de pan”, instrueerde het pak pandanrijst van de PLUS.
Deksel als de-woord kan zonder meer, vinden ook de adviseurs van Onze Taal. Toch lees je in de krant en in romans bijna altijd ‘het deksel’; het lijkt wel alsof redacteuren en eindredacteuren hier als ongeschreven regel hanteren dat deksel in geschreven taal onzijdig is, dat ‘de deksel’ spreektalig is. Kijken ze soms met een schuin oog naar hun bijbel? De Dikke Van Dale zegt immers zuinigjes “ook wel m.”, en hanteert zelf uitsluitend ‘het’: het deksel op zijn neus krijgen, het deksel op de ketel houden e.d.

Zelf zeg ik ‘de deksel’, de deksel op de neus krijgen. In mijn oren klinkt ‘het deksel’ boekachtig, stijfjes. Sinds gisteravond weet ik waarom: in het sympathieke boekje Zaans voor beginners van J. Jonker jr., pseudoniem van de drukker-uitgever Klaas Woudt (1923-2012), las ik dat deksel in het Zaans een de-woord in.
Met de paplepel ingegoten.




Op het deksel van de kofferbak was het merk geschilderd van het bedrijf dat hij vertegenwoordigde, het profiel van een vrouw met lange, wapperende haren.
(Remco Campert, Hôtel du Nord, 2013)

Hij zette de doos tussen hen in op de bank, wachtte even, en tilde toen het deksel eraf, met het idee dat er een geest uit op zou stijgen.
(Bregje Hofstede, De hemel boven Parijs, 2014)

Op de lage kademuur had hij z’n schilderskist opengeklapt, een doek in het deksel geplaatst, en daarna was hij gaan turen naar de schepen, het Zakkendragershuisje, de pakhuizen, de schaduwen van de boomkruinen als kantwerk op het wateroppervlak.
(Christiaan Weijts, Furore, 2020)




Referenties
J. Jonker jr., Zaans voor beginners, 1976.

 

» De of het deksel?
» index

» Onze Taal: de / het deksel?


Geplaatst op 6 juni 2022, gewijzigd op 7 juni 2022.

© de 5e Verdieping 2022