Heel veel mensen hebben bij de prehistorie het beeld van holbewonerachtige figuren met lage voorhoofden en berenhuiden om. Ze hadden minder spullen en leefden eenvoudiger dan wij, maar ze waren niet primitief.
(Rob van Eerden, provinciaal archeoloog van Noord-Holland)

Meet and greet Aak


Onlangs heeft het archeologiecentrum Huis van Hilde zijn deuren geopend. Het ligt heel strategisch achter het intercitystation Castricum en aan de rand van het Noordhollands Duinreservaat. De vaste tentoonstelling behandelt de archeologie en bewoningsgeschiedenis van de provincie Noord-Holland aan de hand van multimediale presentaties, vitrines met archeologische voorwerpen en levensechte poppen, waaronder ‘Cees de steentijdman’ en de vrouw des huizes, Hilde, wier skelet bij Castricum is opgegraven.

De blikvanger van het nieuwe museum is het jongetje Aak. Archeologen hadden zijn skelet gevonden in het naburige dorp Uitgeest. Het skelet lag in foetushouding in een graf aan een voormalige kreek, wat aanleiding is geweest om te veronderstellen dat het om een zogenaamde rituele depositie gaat, een offer. Aak leefde ca. 2200 jaar geleden, in de late ijzertijd, net als het meisje van Yde.¹ Inhumaties (begravingen) uit dat deel van de prehistorie zijn uit ons kustgebied nauwelijks bekend, crematies trouwens ook niet; mogelijk werden de doden in de late ijzertijd blootgesteld aan de natuur.

Aak is 9 jaar geworden. Een forensisch antropologe heeft zijn gezicht gereconstrueerd. De kleur van zijn haar en van zijn ogen zijn daarbij weliswaar aangenomen, maar men denkt dat Aaks moeder hem wel herkend zou hebben. Aak heeft dus weer een gezicht gekregen. Vervolgens heeft de schrijver Hans Kuyper hem verder tot leven gewekt door een kinderboek over hem te schrijven: De vloek van het zwarte water.

Het Algemeen Dagblad schrijft: “Behalve de lange manen en de gedateerde wollen kleding, lijkt Aak eigenlijk een doodnormaal Nederlands jongetje.”
Het is goed om in de geschiedenisles duidelijk te maken dat mensen uit de ijzertijd geen neanderthalerachtige wezens waren. Toen Aak leefde, waren Socrates, Plato en Aristoteles al dood. Stel dat hij in onze tijd zou worden ‘gebeamd’, dan zou hij na verloop van tijd zijn opgegaan in de klas en misschien wel heel aardig scoren op zijn Cito.




1 De late ijzertijd is de laatste periode van de prehistorie. Daarna komt de Romeinse tijd.



» Waarom neanderthaler met een kleine letter is.
» index

» Website van Huis van Hilde.


Geplaatst op 29 januari 2015, gewijzigd op 30 januari 2015.

© de 5e Verdieping 2015