Texel – schapenboet


Wie vanaf veerhaven ’t Horntje het eiland op rijdt […] ziet ze overal opduiken: schapenboeten.
(de Volkskrant, 08-08-2014)


Een schapenboet is geen schaapskooi, maar een opslagplaats voor gereedschap en voer. Van Dale geeft als betekenis: ‘{gewestelijk} kleine schuur’. Een schapenboet lijkt wel wat op een grote schuur die doormidden is gezaagd: de voorkant is recht, de achterkant loopt schuin af. Schapenboeten staan met de achterkant naar het zuidwesten gekeerd, m.a.w. met hun kont in de wind.¹

Boet is een variant van boede. Boet en boede behoren niet meer tot het Standaardnederlands, maar vroeger waren het alledaagse woorden. Boet had meerdere betekenissen: huisje, schuur, kraam.²




Recentelijk heeft boet een boost gekregen, en wel in de vorm van het Engelse leenwoord booth. Citaat: In de zaal kleurt de booth van DJ Night Vision afwisselend paars, blauw en mintgroen.³ De Dikke Van Dale heeft booth opgenomen onder verwijzing naar het lemma dj-booth ‘meubel waarop de apparatuur v.e. dj staat als hij draait’.

Engels booth betekent ook ‘stemhokje’.
– What happens in the booth, stays in the booth.
Daarmee besloot de voice-over van Julia Roberts in 2024 een verkiezingsspotje voor de Democraten. De portee was dat vrouwen rustig op Kamala Harris konden stemmen, ook al was hun man of vriend een fanatieke trumpiaan. Hij hoefde het immers niet te weten, want ‘wat in het stemhokje gebeurt, blijft in het stemhokje’.³
Werd Trump nu bevangen door het schrikbeeld van Melania in de beslotenheid van de voting booth? (Don’t be duff, Donald, of course I voted for you…)
Uitgesloten: Trump vond het spotje cringe, ziek: “Kun je je voorstellen dat een vrouw haar man niet vertelt op wie ze stemt? Zelfs als je een vreselijke relatie hebt, ga je het je man vertellen. Het is belachelijk.”




Het Engels heeft booth op zijn beurt ontleend aan Oudnoords búð.
In het Noors is het woord nog courant. Noors bod (of bu) betekent ‘woonkeet (huisje voor tijdelijk verblijf)’, ‘voorraadhok’ of ‘kraam’. Bijv. in tollbod ‘tolhuisje’, vedbod ‘opslagplaats voor brandhout’ en pølsebod ‘worstkraam’.




1 Het WNT-artikel boede zegt: “Thans [1892] alleen nog in toepassing op eene kleine schuur of loods, meestal van planken, dienende tot bergplaats van hout, kolen, stroo, gereedschap enz., soms ook van varkens, schapen en ander klein of jong vee, in Drente bepaaldelijk eene hut of een stal in het veld tot tijdelijk verblijf der koebeesten.”
2 Vgl. Duits Marktbude ‘marktkraam’, Baubude ‘bouwkeet’.
3 de Volkskrant, 11-02-2025.


Referenties
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), lemma boede (gepubliceerd in 1892).
A.A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek, 1996, lemma boet/boe/boeie/bo.



» Texel – Fonteinsnol.
» index

» Etymologiebank: het lemma boede.


Geplaatst op 18 augustus 2014, het laatst gewijzigd op 25 maart 2026.

© de 5e Verdieping 2014-2026