Waarom zeggen we ‘ontsnappen’? Wat heeft dat met snappen te maken?


Het werkwoord ontsnappen betekent ‘ontkomen’. Het is met behulp van het voorvoegsel ont- afgeleid van het werkwoord snappen in de betekenis ‘grijpen’. Was je door iemand gegrepen (‘gesnapt’), dan was je in iemands greep (macht). Als je ‘ontsnapte’, dan verbrak je de greep.

 

Vroeger betekende snappen ‘babbelen’ en ‘grijpen’. De betekenis ‘begrijpen’ (die som snap ik niet) is pas in de 19e eeuw opgekomen en was eerst nog erg informeel.

De betekenisontwikkeling van ‘grijpen’ naar ‘begrijpen’ is ook bij andere werkwoorden te zien:
- grijpen, letterlijk ‘vastpakken’; hieruit, met het voorvoegsel be-, de afleiding begrijpen ‘snappen’;
- vatten, letterlijk ‘vastpakken’ (de koe bij de horens vatten), hieruit de overdrachtelijke betekenis ‘begrijpen, snappen’ (ik kan zijn verhaal niet vatten).
De betekenis wordt figuurlijk opgevat: je grijpt, snapt, vat als het ware de verklaring – hebbes!


Referenties
J. van der Horst & K. van der Horst, Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw, 1999, p. 66-67.
Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) 4: S-Z, 2009. Zie snappen.



Zee-ezel 772: trappen in betrappen.
Zee-ezel 1201: de bus snappen.


Geplaatst op 7 september 2012, gewijzigd op 10 september 2012.

© Zee-ezel 2012