Koperwieken in de sneeuw


koperwiek in de sneeuw (foto: Lous Leipheimer)

foto: Lous Leipheimer 

Wandelend in het Haagse Westduinpark afgelopen vrijdag zagen we een klein groepje koperwieken vlak langs het zandpad, driftig foeragerend, smijtend met strooisel, op de sneeuwvrije plekjes tussen de bomen, zonder oog te hebben voor voorbijgangers; ze waren ‘hyper’. Was het hongerstress?

De koperwiek is in Nederland een talrijke doortrekker en wintergast, die meestal groepsgewijs voorkomt en zowel in parken en tuinen als in het weiland is te zien, dan niet zelden in gezelschap van kramsvogels en spreeuwen. Vooral tijdens de herfsttrek kun je ze ’s nachts in grote aantallen horen overvliegen, herkenbaar aan de wat schrille roep: tsieh.
Broeden doen ze bij ons niet, dat doen ze in Scandinavië en Rusland.¹ De ANWB-vogelgids vermeldt: “Karakteristieke lijster van N-Europese naaldbossen; broedt ook in berkenbossen op fjells en zelfs in wilgenzone; in zuidelijk deel van verspreidingsgebied ook in gemengde bossen.” (Je merkt wel dat de ANWB-gids een bewerkte Zweedse gids is!)

De koperwiek (Turdus iliacus) behoort tot de lijsterachtigen en is dus familie van de merel (T. merula), de zanglijster (T. philomelos) en de eerdergenoemde kramsvogel (T. pilaris). Hij lijkt nog het meest op de zanglijster, maar is duidelijker getekend: hij heeft een geprononceerde, witachtige wenkbrauwstreep, een zwart gestreepte borst en buik en opvallende koperrode (roestrode, oranjerode) flanken en ondervleugels. In het Engels heet hij dan ook redwing, letterlijk ‘roodvleugel’. Dezelfde pars pro toto, maar wel wat poëtischer samengesteld, is Nederlands koperwiek, een woord waarvan de vroegste vermeldingen dateren uit de 2e helft van de 18e eeuw.²




1 Vroeger, tot in de 20e eeuw, wel, zij het in heel kleine aantallen: “H.t.l. [hier te lande] zeer zeldzaam broedend” (Zien is kennen!).
2 O.a. in Nederlandsche vogelen.


Referenties
Cornelius Nozeman, Nederlandsche vogelen, deel 1, 1770, p. 22.
Nol Binsbergen & D. Mooij, Zien is kennen!, 1e druk 1937, p. 232.
Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT), lemma koper (gepubliceerd in 1941).
Arjan Ovaa, ‘Koperwiek’, in Vogelatlas van Nederland, 2018, p. 496-497.



» index

» Etymologiebank: lemma koperwiek.


Geplaatst op 15 februari 2021, gewijzigd op 22 februari 2021.

© de 5e Verdieping 2021